top nav tools left nav
Siteoverzicht Contact Home

Toeslag voor bedrijfsverplaatsing - Strategisch plan Haven van Antwerpen 

 

Regeling 'toeslag voor bedrijfsverplaatsing' voor getroffen landbouwbedrijven door het Strategisch Plan voor de Haven van Antwerpen
Toeslag voor bedrijfsverplaatsing

 

Het flankerend beleid landbouw heeft als doel de gevolgen van het project voor de getroffen landbouwsector te beperken. Dit beleid, beslist door de Vlaamse Regering, voorziet onder meer in een 'toeslag voor bedrijfsverplaatsing'.
Het doel van de toeslag is de door het project getroffen landbouwers in hoofdberoep de mogelijkheid te bieden om hun bedrijfsvoering op eenzelfde schaal en bij gelijkaardige bedrijfsgebouwen verder te zetten.
Door de grote omvang van het project en bijhorend verlies aan landbouwgronden zal een grote vraag naar landbouwgronden ontstaan. Daardoor zal het niet voor alle landbouwbedrijven mogelijk zijn om gelijkaardige gronden te vinden in de omgeving van hun bedrijfszetel.
Een toeslag voor bedrijfsverplaatsing heeft als doel een bedrijfsverplaatsing voor deze ernstig getroffen bedrijven in de praktijk haalbaar en draaglijk te maken. De gronddruk verlagen in de omgeving van het projectgebied is een secundaire doelstelling.

Situering van het project
Op 19 mei 2000 besliste de Vlaamse Regering tot de opmaak van een Strategisch Plan voor de Haven van Antwerpen (SPHA). Bij de opmaak van het strategisch plan wordt een geïntegreerd streefbeeld voor de beide Schelde-oevers opgesteld waarin de gewenste economische, ruimtelijke en milieuontwikkelingen op elkaar zijn afgestemd.
Het ontwerp van strategisch plan wordt momenteel onderworpen aan een milieuevaluatie volgens de procedure van de planmilieueffectrapportage. Het "plan-milieueffectrapport (MER) van het strategisch plan voor de afbakening van de haven van Antwerpen in haar omgeving" zal op basis van het onderzoek voor verschillende disciplines uitspraken doen met betrekking tot de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden voor de haven van Antwerpen.
Op basis van deze inzichten zal de Vlaamse Regering (een) Gewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplan(nen) (GRUP) vastleggen.
Lees hierover meer op www.minaraad.be/hoorzittingen/2007/Strategisch plan Haven van Antwerpen.

Om nog voor de goedkeuring van het SPHA een reserve van onroerende landbouwgoederen aan te leggen, werden "pregrondenbanken" opgericht.
Uit evaluatie van bestaande grondenbanken bleek immers dat de kans op succes voor verwerving en ruil stijgt, naarmate de overheid al eigenaar is van onroerende goederen in het projectgebied en van onroerende goederen buiten het projectgebied die geruild kunnen worden met onroerende goederen binnen het projectgebied.
Deze ruiloperaties worden veelal uitgevoerd in het kader van een lokale grondenbank werking.
Hierover kan u meer lezen op www.vlm.be/algemeen/diensten/Van advies tot uitvoering/Grondmobiliteit.

Het Vlaamse Gewest heeft naast de grondenbanken ook een flankerend landbouwbeleid goedgekeurd voor de verwervingen van onroerende (landbouw) goederen ten behoeve van de uitvoering van het SPHA. Redenen hiervoor zijn de omvang van het project, de impact ervan op de landbouw in Vlaanderen en de afstemming op het Sigmaplan. Lees hierover nog meer op www.sigmaplan.be.

terug

 

Wie komt in aanmerking?
Een getroffen landbouwer in hoofdberoep komt in aanmerking voor de bedrijfsverplaatsing indien een door hem gebruikt bedrijfsgebouw, waarvan de uitbating ernstig wordt gehinderd door de realisatie van het SPHA, wordt verworven voor de pregrondenbank en hij de hierin gevoerde bedrijfsactiviteiten naar een andere locatie buiten het projectgebied verplaatst.

Een landbouwer in hoofdberoep is:

een natuurlijk persoon die op zelfstandige basis een landbouwbedrijf exploiteert, meer dan 50% van zijn arbeidstijd aan een landbouwactiviteit spendeert en zijn inkomen voor meer dan 50% haalt uit landbouw of,
een natuurlijk persoon die als zelfstandig helper bij een landbouwer werkt, die meer dan 50% van zijn arbeidstijd aan een landbouwactiviteit spendeert en zijn inkomen voor meer dan 50% haalt uit landbouw of;
een rechtspersoon die als hoofdactiviteit en als doel het uitbaten van een landbouwbedrijf heeft en die minstens één zaakvoerder of één gedelegeerd bestuurder heeft welke voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden voor natuurlijke personen.

terug

Hoe wordt de toeslag bepaald?
Europese regelgeving

Voor het betalen van de toeslag voor bedrijfsverplaatsing wordt een beroep gedaan op artikel 6 'verplaatsing van landbouwbedrijfsgebouwen in het algemeen belang' punt 1 en 2 van de Verordening (EG) Nr. 1857/2006 van de commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001.

De maximale steunintensiteit van de toeslag voor bedrijfsverplaatsing bedraagt 100% van de daadwerkelijk gemaakte verplaatsingskosten bestaande uit het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande installaties zoals bepaald in art. 6(2) van de verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie.
De steun is geplafonneerd tot 250.000 euro. Er wordt enkel steun verleend voor een gelijkaardige productiecapaciteit à rato van een standaard bedrag van kost voor nieuwbouw per standplaats voor vee of per m² bedrijfsgebouw bepaald door het Vlaams Landbouw Investeringsfonds (VLIF).
Dit bedrag wordt verminderd met de rechtmatig verkregen vergoeding voor de verwerving van de bedrijfsgebouwen bepaald door een onafhankelijke waardeschatting van het aankoopcomité.

terug

 

Meer informatie en aanvragen
Voor meer informatie kunt u terecht bij de Vlaamse Landmaatschappij:

Vlaamse Landmaatschappij
Gulden Vlieslaan 72
1060 BRUSSEL
Tel 02 543 72 00

terug
top
Copyright 2010, Vlaamse Landmaatschappij
Disclaimer | Siteoverzicht
Vlaamse overheid