top nav tools left nav
Siteoverzicht Contact Home

Toeslag voor bedrijfsverplaatsing - Sigmaplan 

 

Regeling ‘toeslag voor bedrijfsverplaatsing’ voor getroffen landbouwbedrijven door het geactualiseerd Sigmaplan

 

Situering van het project
In 1999 besloten de Vlaamse en Nederlandse overheid de handen in elkaar te slaan voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke nieuwe visie op de Schelde, de Langetermijnvisie Schelde-estuarium. Na twee jaar van intens overleg werd in 2001 een streefbeeld voor het jaar 2030 gepresenteerd: "Het Schelde-estuarium is in 2030 een gezond en multifunctioneel estuariene watersysteem, dat op duurzame wijze wordt gebruikt voor menselijke behoeften". Het streefbeeld geeft de richting aan voor maatregelen die op korte en middellange termijn genomen zullen worden. Veiligheid langs de Schelde en haar bijrivieren blijft ook in de toekomst voor Vlaanderen en Nederland een belangrijk aandachtspunt, o.a. omwille van de stijging van de hoogwaterstanden. Hiertoe heeft de afdeling Zeeschelde van Waterwegen en Zeekanaal NV in samenwerking met de betrokken overheden het geactualiseerde SIGMAPLAN opgemaakt. Het is de meest essentiële opdracht van de overheid om de fysische integriteit van haar ingezetenen te beschermen door te zorgen voor voldoende veiligheid. Alle werken, handelingen en inrichtingen noodzakelijk in het kader van de realisatie van het geactualiseerde SIGMAPLAN, zijn uit het oogpunt van veiligheid, volksgezondheid, behoud van het patrimonium … dan ook van dwingend groot openbaar belang.


Daarnaast dient volgens artikels 2.12, 3.1, 6.1 en 6.2 van de Europese Habitatrichtlijn Vlaanderen aanzienlijke delen van het Scheldeestuarium in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Ook de wettelijke bepalingen van de Europese Kaderrichtlijn Water en Vogelrichtlijn stellen dwingende ecologische eisen naar natuurontwikkeling en verbetering van de ecologische basiskwaliteit.
Ecologische studies geven aan dat de oppervlakte en kwaliteit van de slikken en schorren dient te verhogen en verstorende processen (hoge waterstanden, grote stroomsnelheden en ruimtelijke beperking tussen de dijken) gecounterd. Ook voor de binnendijkse natuurtypen is een inspanning nodig om de negatieve impact van verdroging, versnippering en vermesting te verminderen. Vlaanderen heeft t.a.v. deze gebieden verregaande Europese engagementen aangegaan. Het geactualiseerde SIGMAPLAN is dan ook een project waarvoor “dwingende redenen van groot openbaar belang” gelden o.a. in de zin van artikel 6.4 van de Habitatrichtlijn.

terug


Toeslag voor bedrijfsverplaatsing
Het flankerend beleid landbouw heeft als doel de gevolgen van het project voor de getroffen landbouwsector te beperken. Dit beleid, beslist door de Vlaamse Regering, voorziet onder meer in een ‘toeslag voor bedrijfsverplaatsing’.


De toeslag voor bedrijfsverplaatsing is een éénmalige vergoeding voor een bedrijfsverplaatsing. Het doel van de toeslag is de door het project meest getroffen landbouwers in hoofdberoep de mogelijkheid te bieden om hun bedrijfsvoering op eenzelfde schaal en bij gelijkaardige
landbouwstructuren verder te zetten. Gezien de grote omvang van het project en bijhorend verlies aan landbouwgronden zal bijgevolg een grote vraag naar landbouwgronden ontstaan. Daardoor zal het niet voor alle landbouwbedrijven mogelijk zijn om gelijkaardige gronden te vinden in de omgeving van hun bedrijfszetel. Een toeslag voor bedrijfsverplaatsing heeft als doel een bedrijfsverplaatsing voor deze ernstig getroffen bedrijven in de praktijk haalbaar en draaglijk te maken. De gronddruk verlagen in de omgeving van het projectgebied is een secundaire doelstelling.

terug


Wie komt in aanmerking?
Een getroffen landbouwer in hoofdberoep komt in aanmerking voor de bedrijfsverplaatsing indien:

  • minstens 20% van de landbouwgoederen die hijzelf in landbouwgebruik heeft gelegen zijn in het projectgebied; of,
  • door de ligging in het projectgebied van de landbouwgoederen die hijzelf in landbouwgebruik heeft zijn bedrijf onder de leefbaarheidsdrempel van het referentie-inkomen voor land- en tuinbouw (VLIF-regelgeving) terecht komt, zijnde 2/3 van het gewestelijk vergelijkbaar inkomen bepaald door het centrum voor landbouweconomie; of,
  • een bedrijfsgebouw of een deel van de huisblok in het projectgebied ligt, en voor zover de landbouwer in hoofdberoep een ander bedrijfsgebouw betrekt, hij de bijhorende bedrijfsvoering verder zet of opstart, en hij zijn de gemaakte kosten kan bewijzen.


Een landbouwer in hoofdberoep is:

  • een natuurlijk persoon die op zelfstandige basis een landbouwbedrijf exploiteert, meer dan 50% van zijn arbeidstijd aan een landbouwactiviteit spendeert en zijn inkomen voor meer dan 50% haalt uit landbouw of,
  • een natuurlijk persoon die als zelfstandig helper bij een landbouwer werkt, die meer dan 50% van zijn arbeidstijd aan een landbouwactiviteit spendeert en zijn inkomen voor meer dan 50%
    haalt uit landbouw of;
  • een rechtspersoon die als hoofdactiviteit en als doel het uitbaten van een landbouwbedrijf heeft en die minstens één zaakvoerder of één gedelegeerd bestuurder heeft welke voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden voor natuurlijke personen.

terug


Hoe wordt de toeslag bepaald?
Voor het betalen van de toeslag voor bedrijfsverplaatsing wordt een beroep gedaan op artikel 6 ‘verplaatsing van landbouwbedrijfsgebouwen in het algemeen belang’ punt 1 en 2 van de Verordening (EG) Nr. 1857/2006 van de commissie van 15 december 2006 betreffende de
toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001.


De maximale steunintensiteit van de toeslag voor bedrijfsverplaatsing bedraagt 100% van de daadwerkelijk gemaakte verplaatsingskosten bestaande uit het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande installaties zoals bepaald in art. 6(2) van de verordening (EG) nr.
1857/2006 van de Commissie. Er wordt enkel steun verleend voor een gelijkaardige productiecapaciteit a rato van een standaard bedrag van kost voor nieuwbouw per standplaats voor vee of per m² bedrijfsgebouw bepaald door het Vlaams Landbouw Investeringsfonds. Dit bedrag wordt verminderd met de rechtmatig verkregen vergoeding voor de verwerving van de bedrijfsgebouwen bepaald door een onafhankelijke waardeschatting van het aankoopcomité.

terug


Meer informatie en aanvragen
Voor meer informatie kunt u terecht bij de Vlaamse Landmaatschappij:

Vlaamse Landmaatschappij
Gulden Vlieslaan 72
1060 BRUSSEL
Tel 02 543 72 00

terug

top
Copyright 2010, Vlaamse Landmaatschappij
Disclaimer | Siteoverzicht
Vlaamse overheid