Studies voor inrichting
Vooraleer de inrichtingswerken van start gaan, maakt de VLM een grondige analyse van de toestand van het gebied.
Die analyse omvat meestal meerdere studies, al naargelang de situatie:
- een oppervlakte- en grondwaterstudie;
- een ecohydrologische studie;
- een ecologische inventarisatie;
- een archeologische studie;
- een landschapsstudie;
- …
We voeren ook studies uit in opdracht van andere besturen. Dat kan:
- als de studie een duidelijke link heeft met een inrichtingsproject
- wanneer de VLM-expertise uniek is voor het studiedomein. Onze kennis van de Vlaamse landbouwbedrijven bewijst bv. haar meerwaarde bij landbouweconomische studies.
lees ook:
"VLM helpt Noordoost-Limburgse boeren aan grotere percelen"
"Landbouwstudies schragen Vlaamse oppervlaktedelfstoffen-plannen"
IPO studies
Het IPO voert beleidsvoorbereidend werk uit en steunt daarbij vaak op studiemateriaal om de problematiek beter te kunnen onderbouwen naar de beleidsmakers toe.
Hieronder vindt u een lijstje met studies die reeds uitgevoerd werden in het verleden ter ondersteuning van en met steun van de IPO werking.
- ‘Hedendaagse hoevegebouwen: Driving forces’ (Recource Analysis N.V.)
- ‘Transformaties in de land- en tuinbouwsector met impact op agrarische architectuur’ (Afdeling Monitoring en Studie (AM&S))
- 'Agrarische architectuur in Vlaanderen’ (Vlaamse Bouwmeester)
- ‘Nieuwe functies op het platteland: de impact van functiewijzigingen’ (ILVO)
- ‘Diagnose van het regulier onderhoud van landschappelijke en recreatieve infrastructuur op het Vlaamse platteland’ (VLM)
In augustus 2008 startte een nieuwe studie: ‘Inventaris van de plattelandseconomie: verbreding naar Vlaanderen’. Deze studie heeft tot doel voor een 18-tal plattelandsgemeenten verspreid over Vlaanderen een inventaris op te maken van de economische activiteiten in voormalige hoeves.
In de toekomst wordt volgende werkwijze gehanteerd om te beoordelen of studievoorstellen al dan niet in aanmerking komen voor IPO financiering.
Werkwijze:
Elke vraag tot studie moet ofwel vanuit de themagroep zelf komen ofwel door externen aan een themagroep worden voorgelegd. Zij dienen dan elementen aan te halen waarom een studie al dan niet gesteund kan worden door IPO, conform de onderstaande criteria.
1. Korte studies: maximum 6-12 maanden.
2. Studies moeten ten dienste staan van het beleidsvoorbereidend werk dat uitgevoerd wordt
in een IPO themagroep. Er moet een opdrachtmatige link zijn vanuit een IPO themagroep
en de beleidsrelevantie van de studie moet aantoonbaar zijn.
3. De uitvoerders van de studie moeten inspanningen doen om de resultaten van hun studie
verstaanbaar en duidelijk te communiceren. Er wordt gevraagd in het studieplan de
communicatie aanpak toe te lichten.
Vervolgens wordt de motivatie uit de themagroep voorgelegd aan de kerngroep, die inzicht moet krijgen in het toekomstige beschikbare IPO budget voor studies. De uiteindelijke beslissing houdt rekening met het totale beschikbare budget en het aantal aanvragen.
Voor elke aanvraag tot studie wordt door het secretariaat van het IPO een contactlijst van onderzoekers aangeschreven om te controleren of er geen overlapping bestaat met bestaande studies.
Meer info op www.ipo-online.be.