Wat is een bemestingsplan?
Een bemestingsplan is een overzicht op perceelsniveau waarin de landbouwer het gebruik van dierlijke mest, andere meststoffen en kunstmest plant aan het begin van het bemestingsseizoen. De maximale bemestingsnormen mogen daarbij niet overschreden worden.
Waarom een bemestingsplan?
Dankzij een bemestingplan kan de landbouwer het gebruik van meststoffen nauwkeurig afstemmen op de gewasbehoeften. Zo kunnen zijn gewassen optimaal groeien én draagt hij bij tot een betere waterkwaliteit. Bovendien kan hij uit een goed opgemaakt bemestingsplan precies afleiden hoeveel mest hij nog kan ontvangen of moet afvoeren. In deze zin is het bemestingsplan een knipperlicht om hem te behoeden voor overbemesting.
Bemestingsregister
Bij het bemestingsplan hoort een bemestingsregister. Dat is als het ware een dagboek van een perceel, waarin de landbouwer de uitvoering van het bemestingsplan noteert en bijstuurt waar nodig. In het bemestingsregister noteert hij de toegediende bemesting per perceel binnen de 7 dagen na toediening.
Het bemestingsplan en -register kunnen ook als één geheel beschouwd worden. In dat geval hoeft men in het register enkel de data van bemesting in te vullen, en aan te geven welke elementen er verschillen met het plan. Is op een bepaald perceel alles uitgevoerd zoals in het plan aangegeven, dan noteert men op dit perceelsplan ‘bemesting uitgevoerd conform het plan’.
U kan dit bemestingsplan en -register invullen met uw pc, nadat u het heeft gedownload. U kan het ook printen en handmatig invullen. De toelichting vindt u hier.
Wat vermeldt de landbouwer in zijn bemestingsplan?
De vorm waarin de landbouwer het bemestingsplan bijhoudt (papier, digitaal) staat vrij. Het is de bedoeling om alle onderstaande elementen in rekening te brengen en uitdrukkelijk te vermelden in het plan.
In het bemestingsplan plant hij welke soort mest hij inzet op welk perceel, naargelang de bemestingsbehoefte van de gewassen. Bij beweiding houdt hij rekening met de rechtstreekse uitscheiding van mest door de dieren.
Verschillende percelen met eenzelfde uitbatingswijze mag hij groeperen. Denk aan percelen met dezelfde teelt en teeltcombinaties en hetzelfde bodemtype (klei, leem, zand, …), waar hij dezelfde mestsoort zal gebruiken en waarvoor dezelfde maximale bemestingsnormen gelden.
Per perceel (of groep van percelen) noteert hij:
- het perceelnummer en de oppervlakte. Het is handig om ook de ‘roepnaam’ die de landbouwer aan het perceel geeft hierop te vermelden, zodat deze precies weet over welk stuk het gaat;
- de geplande datum van mestaanwending per mestsoort. Dat kan een periode van 1 week zijn. Het uiteindelijke aanwendingstijdstip in het bemestingsregister kan afwijken van deze periode;
- de geplande hoeveelheid toe te dienen mest per mestsoort en de samenstelling daarvan;
- de verwachte zaai- of plantdatum;
- de gewasbehoeften op basis van het bemestingsadvies (wanneer dit aanwezig is);
- de controle op het respecteren van alle maximale bemestingsnormen en wettelijke bemestingsvoorwaarden.
Uiteraard mag men zijn bemestingsplan aanvullen met gegevens die interessant zijn voor zijn bedrijf. Hoe meer elementen de landbouwer opneemt, hoe nauwkeuriger de bemesting kan bepaald worden voor een optimale gewasopbrengst.
Wat vermeldt de landbouwer in zijn bemestingsregister?
In het bemestingsregister volgt hij de uitvoering van het bemestingsplan op. Ook hier kan hij vrij kiezen in welke vorm hij dit document bijhoudt. In het bemestingsregister noteert hij:
- de toegediende hoeveelheid mest, zowel dierlijke, kunstmest als andere meststoffen;
- ofwel de mestsamenstelling in kg N/ton of P2O5/ton ofwel de totale aangewende hoeveelheid in kg N en kg P2O5;
- de mestsoort en de mestvorm;
- de datum van toediening;
- de bemestingshoeveelheid via begrazing.
5 jaar geldig
De landbouwer hoeft het bemestingsplan niet op te sturen; het moet wel gedurende 5 jaar beschikbaar zijn op zijn bedrijf. Hij mag de gegevens ook digitaal bijhouden.