top nav tools left nav
Siteoverzicht Contact Home

Nieuw: opvolging massa- en nutriëntenstromen bij mestverwerkingsinstallaties 

De VLM-Mestbank en het VCM werkten in overleg met vertegenwoordigers van de mestverwerkingssector een aangepaste werkwijze uit voor de opvolging van massa- en nutriëntenstromen bij mestverwerkingsinstallaties.

De Mestbank streeft ernaar dat met ingang van 1 januari 2013 het nieuwe wettelijke kader voor massa- en nutriëntenopvolging bij mestverwerking van toepassing wordt. 2012 wordt dus een belangrijk overgangsjaar.

Verslag infovergadering 15 december 2011
Op donderdag 15 december organiseerden de VLM en het VCM een informatievergadering over de wijzigingen in het Provinciaal administratief Centrum in Gent. Die werd bijgewoond door een 85-tal mestverwerkers en adviesverleners.

Lies Clarysse van de VLM Mestbank gaf eerst een toelichting over de aanleiding voor de wijzigingen, de algemene principes van de nieuwe werkwijze voor de opvolging van massa- en nutriëntenstromen en de werkwijze in 2012.

Opvolging massastromen
Voor de opvolging van de massastromen zal u als mestverwerker in het overgangsjaar 2012 kunnen motiveren in hoeverre uw huidige metingen van de massastromen volstaan om correct en controleerbaar te bepalen hoeveel mest u verwerkt.

  • Hiervoor vraagt de Mestbank dat u samen met de Mestbankaangifte (= vòòr 16 februari 2012) een massaprotocol van uw installatie indient.
  • Daarnaast vragen we u om vanaf 1 januari 2012 de metingen van de massastromen ook effectief bij te houden (bv. debietmeterstanden registreren, weegbonnen bijhouden).
    U moet de metingen voor de eerste jaarhelft van 2012 (= 01/01/2012 t.e.m. 30/06/2012) vòòr 16 juli aan de Mestbank in uw provincie bezorgen.

Op basis van de informatie uit het massaprotocol (indien nodig aangevuld met een plaatsbezoek door de medewerkers van de Mestbank), en de metingen voor de eerste jaarhelft, zal de Mestbank evalueren of er vanaf 2013 al dan niet bijkomende metingen moeten worden uitgevoerd.

Opvolging nutriëntenstromen
Voor de opvolging van de nutriëntenstromen zal alle aan- en afvoer van of naar mestverwerkingsinstallaties (met uitzondering van paardenmest) moeten gebeuren met een analyse van maximaal 3 maanden oud.

Voor de aanvoer is er keuze tussen putstalen die worden genomen bij de leverancier of vrachtstalen die worden genomen bij aankomst op de verwerking.

Omwille van de werkbaarheid, werkt de Mestbank in overleg met de erkende laboratoria aan de mogelijkheid dat verwerkers zelf de stalen van hun aanvoer mogen nemen, weliswaar onder strikte voorwaarden (o.a. wat opleiding, bewaring van stalen enz. betreft).

Ook hier wordt 2012 een belangrijk overgangsjaar waarin u als mestverwerker – indien gewenst – een opleiding tot ‘staalnemer-verwerker’ zal kunnen volgen.

Handleiding voor het indienen van een massaprotocol
Ellen Thibo van het VCM gaf vervolgens een toelichting over de handleiding voor het indienen van een massaprotocol die door het VCM werd opgemaakt.

Naar boven 

Handleiding voor het indienen van een massaprotocol
In de handleiding voor het indienen van een massaprotocol staat uitgelegd hoe een massaprotocol in de praktijk moet worden opgemaakt voor verschillende types installaties (biologie, compostering/bekalking, vergister met biologie of droging) en hoe de massastromen jaarlijks moeten gerapporteerd worden bij de aangifte aan de Mestbank.

Naar boven

Formulier ‘Melding van technische problemen bij de massameting van een mestverwerkingsinstallatie’
Technische problemen die een impact hebben op de registratie van aan- en afvoerstromen moet u melden aan de provinciale afdeling van de Mestbank. U kunt hiervoor het formulier Melding van technische problemen bij de massameting van een mestverwerkingsinstallatie gebruiken.

Naar boven

Zelf stalen nemen als verwerker (‘staalnemer-verwerker’): afspraken en info opleiding

Verwerker-staalnemers kunnen bevoegd verklaard worden voor staalnames
Mestverwerkers mogen om deontologische redenen geen staalnames uitvoeren voor hun eigen installatie. Er geldt één uitzondering: in het kader van de aangepaste wetgeving rond de nutriëntenopvolging van mestverwerkingsinstallaties kunnen de verwerkers bevoegd verklaard worden voor een staalname van de aangevoerde mest op de eigen installatie.

Die staalname gebeurt onder zeer strikte voorwaarden en onder de verantwoordelijkheid van het erkende labo. Een van die voorwaarden is dat de verwerker-staalnemer de nodige opleiding heeft gevolgd. Zo wordt gegarandeerd dat de staalnames op een representatieve manier gebeuren.

Problemen i.v.m. de staalname of bewaring van de stalen kunnen leiden tot een verbod om zelf nog stalen te nemen.

Wie komt in aanmerking voor de bevoegdheidsverklaring?
Enkel mestverwerkers of hun personeel komen in aanmerking. Transporteurs, milieucoördinatoren, enz ... komen dus niet in aanmerking.
De bevoegdheid wordt toegekend op het niveau van de persoon en niet op het niveau van de installatie. Dat betekent dat iedere medewerker die staalnames uitvoert, individueel de verschillende stappen moet doorlopen om bevoegd verklaard te worden.

 

Welke werkwijze kan gevolgd worden in 2012?
Als voorbereiding op de aanpassingen in de mestwetgeving, wordt voor 2012 volgende concrete werkwijze gevolgd:

Stap 1
De verwerker richt zich tot een erkend labo naar keuze met het verzoek om bevoegd verklaard te worden als staalnemer: minstens de volgende gegevens zullen worden opgevraagd: naam, contactgegevens, naam verwerkingsinstallatie en functie bij de verwerkingsinstallatie, type stalen die genomen zullen worden (bv. drijfmest/vaste mest, bij transport/bij overpompen, manueel/met zijbuisapparaat…).

Stap 2
Het labo zorgt voor een opleiding met deze inhoud:

  • praktische kennis ‘hoe een staal nemen op uw bedrijf?’
  • basiskennis kwaliteitssysteem labo (melden van problemen, gebruik bemonsteringsverslag, afspraken i.v.m. het bewaren en leveren van stalen…).

Het labo zorgt, indien nodig en relevant, ook voor een aan de specifieke noden van de verwerkingsinstallatie aangepaste bemonsteringsprocedure (of aanvulling bij bestaande procedures).

Stap 3
Na de opleiding kan het labo de mestverwerker bevoegd verklaren om stalen te nemen. De verwerker-staalnemer krijgt dan een staalnemernummer, met een specifieke code ‘VS’, zodat het duidelijk is dat het om een ‘verwerker-staalnemer’ gaat.
De verwerker en het labo sluiten ook een samenwerkingsovereenkomst. Die samenwerkingsovereenkomsten zijn exclusief en hebben een looptijd van 1 kalenderjaar.

Stap 4
Het labo bezorgt een kopie van de identificatiegegevens, een kort verslag van de opleiding, de bevoegdheidsverklaring (incl. het staalnemernummer) en de samenwerkingsovereenkomst aan de VLM. De VLM registreert de samenwerkingsovereenkomst en stuurt hiervoor de bevestiging op naar het labo en de verwerker-staalnemer.

Bijkomende stap: verplichte opleiding VITO
Timing: in functie van de organisatie van de opleiding.

Bijkomend moeten alle verwerker-staalnemers éénmalig een algemene, door het VITO georganiseerde opleidingsdag volgen.

Zodra de datums van de nieuwe opleidingssessies bekend zijn, worden die hier bekend gemaakt.

Naar boven

Nieuwe datum opleiding VITO: donderdag 31 mei 2012
Op 31 mei 2012 organiseert het VITO in opdracht van de VLM de tweede opleidingssessie Mestverwerking: hoe neem ik een monster bij transport? Meer informatie vindt u in deze folder. U kunt zich u elektronisch inschrijven tot 23 mei 2012 via http://www.vito.be/evenementen

Deelname aan het praktijkgedeelte kan enkel als u ook het theoretisch deel gevolgd hebt. Als u interesse hebt voor de opleiding, maar verhinderd bent op de voorgestelde datum, kunt u uw interesse doorgeven via ringtest@vito.be

In deze opleiding komt enkel de bemonstering van drijfmest aan bod. Bemonstering van vaste mest zal dus niet behandeld worden. Ook uw interesse voor een opleiding voor bemonstering van vaste mest of voor een gecombineerde opleiding voor vaste mest en drijfmest, kunt u doorgeven via ringtest@vito.be.

Naar boven 

Veelgestelde vragen
Het nieuwe systeem voor de opvolging van massastromen en nutriëntenstromen bij mestverwerking is momenteel nog in volle ontwikkeling. Uiteraard brengt dit heel wat vragen met zich mee. Hier vindt u alvast een lijst met veelgestelde vragen en antwoorden.

Naar boven

 

Meer informatie
Voor meer informatie over het opmaken en indienen van dit massaprotocol kunt u terecht bij het VCM, tel. 050 407 202 en de Mestbank in uw provincie:

  • VLM Antwerpen – Cardijnlaan 1, 2200 Herentals – Elke Nevelsteen
    tel. 014 25 84 07 – fax 014 25 83 98
  • VLM Limburg – Koningin Astridlaan 10, 3500 Hasselt – Stan Forier
    tel. 011 29 88 44 – fax 011 29 87 98
  • VLM Oost-Vlaanderen – Ganzendries 149, 9000 Gent –
    Olivier Goedertier – tel. 09 244 86 00 – fax 09 244 85 98
  • VLM Vlaams-Brabant – Dirk Boutsgebouw, Diestsepoort 6 bus 74, 3000 Leuven – Els Buelens – tel. 016 66 52 63 – fax 016 66 52 98 
  • VLM West-Vlaanderen – Velodroomstraat 28, 8200 Brugge –
    Marc Peeters – tel. 050 45 81 68 – fax 050 45 81 98

Voor meer informatie over de nutriëntenopvolging of de verwerker-staalnemer kunt u terecht bij de Centrale Directie van de Mestbank:

  • VLM Brussel – Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel – Lies Clarysse – tel. 02 543 69 18 – fax 02 543 73 98

 

Naar boven

top
Copyright 2010, Vlaamse Landmaatschappij
Disclaimer | Siteoverzicht
Vlaamse overheid