Zowel de Mestbank als de landbouwers kunnen opdracht geven aan de laboratoria om bodemstalen te nemen. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend.
Afhankelijk van het doel, moeten er verschillende analyses gebeuren op de bodemstalen. In de lijst van laboratoria die erkend zijn voor het uitvoeren van analyses op bodem, kunt u nagaan voor welke analyses een laboratorium erkend is (telkens aangeduid met een X).
• Nitraatresidu
• Derogatie
• Stikstofbemesting uit kunstmest in het najaar voor tuinbouwgewassen en fruit
• Fosfaatbemesting uit kunstmest
• Extra groen- of GFT-compost op percelen met een laag koolstofgehalte
• Uitzondering in fosfaatverzadigde gebieden
• Afwijking op zandgronden
De methode om bodemstalen te nemen kunt u op de EMIS-website nalezen.
Nitraatresidu
In de periode van 1 oktober tot 15 november worden heel wat bodemstalen genomen voor een nitraatresidubepaling. Zo laat de Mestbank onder andere nitraatresidubepalingen uitvoeren op percelen die liggen in risicogebieden of waarvoor landbouwers derogatie hebben aangevraagd. Landbouwers van hun kant doen dat bijvoorbeeld omdat ze een beheerovereenkomst verminderde bemesting hebben gesloten met de VLM. Landbouwers kunnen een vergoeding krijgen van de VLM, als ze de voorwaarden van hun beheerovereenkomst goed naleven. Eén van die voorwaarden is een nitraatresidubepaling laten uitvoeren.
Zowel de staalname als de analyse voor een nitraatresidubepaling moeten gebeuren door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van nitraatstikstof in bodem.
Naar boven
Derogatie
Landbouwers die derogatie aanvragen, moeten bodemstalen laten nemen van hun derogatiepercelen voor het bepalen van stikstof (nitraatstikstof en ammoniumstikstof), plantbeschikbare fosfor en koolstof.
Voor de stikstofbepaling moeten zowel de staalname als de analyse gebeuren door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van nitraatstikstof en ammoniumstikstof in bodem. Voor de fosforbepaling moeten zowel de staalname als de analyse gebeuren door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van plantbeschikbare fosfor.
De landbouwer moet ook in het bezit zijn van analyses van organische koolstof. Deze analyses kunnen uitgevoerd worden door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van koolstof in bodem. De landbouwer mag echter ook gebruik maken van de koolstofbepalingen in het kader van de MTR-verplichtingen.
Bekijk:
Naar boven
Stikstofbemesting uit kunstmest in het najaar voor tuinbouwgewassen en fruit
Landbouwers die in de periode van 1 september tot en met 14 november een bemesting met stikstof uit kunstmest of specifieke andere meststoffen willen uitvoeren op een perceel met tuinbouwgewassen of fruit, moeten een bodemstaal laten nemen van dat perceel voor het bepalen van stikstof (nitraatstikstof en ammoniumstikstof). Ze moeten ook een bemestingsadvies laten opstellen.
Voor de stikstofbepaling moeten zowel de staalname als de analyse gebeuren door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van nitraatstikstof en ammoniumstikstof in bodem.
De landbouwer moet ook in het bezit zijn van een analyse van organische koolstof. Deze analyses kunnen uitgevoerd worden door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van koolstof in bodem.
De landbouwer mag echter ook gebruik maken van de koolstofbepalingen in het kader van de MTR-verplichtingen.
De landbouwer moet een bemestingsadvies, gebaseerd op de bodemanalyses, laten opmaken door een erkend laboratorium, een erkend praktijkcentrum of een erkende telersvereniging.
Bekijk hier meer informatie over de bemesting tijdens de winterperiode voor tuinbouwgewassen en fruit.
Naar boven
Fosfaatbemesting uit kunstmest
Landbouwers die meer dan 20 kg fosfaat/ha of meer dan 50 kg fosfaat/ha voor tuinbouwteelten uit kunstmest willen opbrengen op een perceel moeten de hoeveelheid plantbeschikbare fosfor laten bepalen van dat perceel.
Zowel de staalname als de analyse moeten gebeuren door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van plantbeschikbare fosfor in bodem.
Bekijk hier meer informatie over de fosfaatbemesting uit kunstmest.
Naar boven
Extra groen- of GFT-compost op percelen met een laag koolstofgehalte
Landbouwers die in een bepaald jaar bovenop de toegestane bemestingsnormen een extra hoeveelheid compost van maximaal 10 ton GFT- of 15 ton groencompost, met Vlaco keuringsattest, willen opbrengen op een perceel met een laag koolstofgehalte, moeten het organisch koolstofgehalte van het perceel laten bepalen. Er moet ook een nitraatresidubepaling uitgevoerd worden op het perceel (in de periode 1 oktober – 15 november van het voorafgaande jaar).
De bepaling van organische koolstof moet gebeuren door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van koolstof in bodem. De nitraatresidubepaling moet gebeuren door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van nitraatstikstof in bodem.
Naar boven
Uitzondering in fosfaatverzadigde gebieden
Landbouwers die percelen hebben in fosfaatverzadigde gebieden, kunnen hun percelen laten bemonsteren om aan te tonen dat die niet fosfaatverzadigd zijn of een laag fosfaatbindend vermogen hebben.
Zowel de staalname als de analyse op deze percelen moeten gebeuren door een laboratorium dat erkend is voor het analyseren van P-oxalaat en P-bindend vermogen in bodem.
Naar boven
Afwijking op zandgronden
Landbouwers die percelen hebben in gebieden die afgebakend zijn als zandgronden (de volledige landbouwstreek Kempen en de Vlaamse Zandstreek, uitgezonderd Vlaamse Brabant), kunnen hun percelen laten bemonsteren om aan te tonen dat die geen zandgrond zijn.
Zowel de staalname als de analyse op deze percelen moeten gebeuren door een laboratorium erkend door de dienst Land en Bodembescherming van het Departement Leefmilieu Natuur en Energie.