Het Mestdecreet bepaalt dat u de forfaitaire uitscheidingscijfers per dier per jaar moet aangeven. U kunt voor varkens en pluimvee kiezen om die cijfers niet te gebruiken, maar om te werken met uitscheidingscijfers die dichter aansluiten bij de reële uitscheidingscijfers. De uitscheidingscijfers worden dan bepaald op basis van een nutriëntenbalansstelsel. Voor ieder toegepast nutriëntenbalanstype voegt u de nodige bijlagen toe, die de aangegeven mestuitscheidingscijfers en het gebruikte balanstype aantonen. Voor runderen, paarden, pony’s en andere diersoorten hoeft u geen mestuitscheidingscijfers in te vullen.
Er zijn drie stelsels:
Als u geen van de bovenstaande drie nutriëntenbalansstelsels gebruikt, wordt het forfaitaire stelsel toegepast. U kunt de forfaitaire uitscheidingscijfers voor elke diersoort toepassen. Die cijfers staan in de toelichting en de brochure Normen en richtwaarden 2010.
De regressierechte
Op basis van praktijktesten werd vastgesteld dat er, althans bij de gangbare voederregimes, een lineair verband is tussen de opname van N en P2O5 en de uitscheiding van N en P2O5. Recent zijn, op basis van nieuwe testen, nieuwe regressierechten opgesteld. Die moeten worden gebruikt vanaf productiejaar 2008. U vindt die nieuwe regressierechten in de onderstaande tabel:
|
diercategorie |
difosforpentoxide (P2O5)-uitscheiding (kg/dier/jaar) |
stikstof (N)-uitscheiding (kg/dier/jaar) |
|
biggen met een gewicht van 7 tot 20 kg |
Y = 1,65 X – 0,819 |
Y = 0,10 X – 1,322 |
|
andere varkens met een gewicht van 20 tot 110 kg |
Y = 1,94 X – 1,698 |
Y = 0,13 X - 3,046 |
|
andere varkens met een gewicht groter dan 110 kg |
Y = 1,8503 X + 0,344 |
Y = 0,133 X - 0,2208 |
|
zeugen, inclusief biggen met een gewicht kleiner dan 7 kg |
Y = 1,8503 X + 0,344 |
Y = 0,133 X - 0,2208 |
|
beren |
Y = 1,8503 X + 0,344 |
Y = 0,133 X - 0,2208 |
|
legkippen (inclusief (groot)ouderdieren-legkippen) |
Y = 2,30 X – 0,115 |
Y = 0,16 X – 0,434 |
|
opfokpoeljen van legkippen |
Y = 2,33 X – 0,064 |
Y = 0,16 X - 0,107 |
|
slachtkuikens |
Y = 2,25 X – 0,221 |
Y = 0,15 X – 0,455 |
|
slachtkuiken ouderdieren |
Y = 2,30 X – 0,107 |
Y = 0,16 X – 0,352 |
|
opfokpoeljen van slachtkuiken ouderdieren |
Y = 2,27 X – 0,098 |
Y = 0,16 X – 0,173 |
waarbij:
y = de productie (in kg) is van respectievelijk difosforpentoxide en stikstof per dier en per jaar
x = het verbruik (in kg) is van respectievelijk fosfor (P) en ruw eiwit (RE) per dier en per jaar
Aan de hand van de verbruikte voeders en deze regressierechten kan u de correcte uitscheidingscijfers berekenen. De berekening, de facturen van de geleverde voeders en het voederregister dient u samen met uw aangifte in.
In de toelichting vindt u meer informatie over de berekening van de uitscheidingscijfers a.d.h.v. de regressierechte en over hoe u de aangifte moet invullen en welke bijlagen u moet meesturen.
Naar boven
Andere voeders of voedertechnieken
Bedrijven die gebruik maken van andere voeders of voedertechnieken, kunnen kiezen voor deze derde methode. Deze methode berust op een input-/outputbalans. Wie met dit stelsel wil starten moet dit vooraf aanvragen met een onderbouwing van de aanvraag.
De input wordt bepaald door een begininventaris van voeders en dieren op het moment van de overname en de aanvoer van voeders, dieren en eventueel strooisel.
De output wordt bepaald door de afvoer van levende dieren, sterfte en eventueel voeders enerzijds en de eindinventaris op 31 december van aanwezige voeders en dieren anderzijds.
Het verschil tussen input en output geeft de hoeveelheid stikstof en fosfaat die op het bedrijf effectief geproduceerd wordt. Zowel voor de stikstof- en fosfaatinhoud van de dieren, als voor de voeders worden specifieke coëfficiënten voorzien. Tabellen met die coëfficiënten kunnen worden aangevraagd bij de Mestbank. De op het bedrijf geproduceerde voeders die verbruikt worden, moeten gewogen worden op erkende weeginstallaties. Bij de aangiften moet de volledige mestuitscheidingsbalans gevoegd worden.
Naar boven
Het convenant
Maakte u gebruik van het nutriëntenbalansstelsel type veevoederconvenant? De convenantcijfers die de Mestbank voor productiejaar 2009 gebruikt om uw dierlijke productie te bepalen vindt u in onderstaande tabel. Meer uitleg hierover vindt u op de pagina over voeders.
Convenantcijfers productiejaar 2009:
|
diersoort |
diercategorie |
convenantcijfers |
|
P2O5-uitscheiding kg/dier/jaar |
N-uitscheiding kg/dier/jaar
|
|
varkens
|
biggen van 7 tot 20 kg |
1,22 |
NVT |
|
beren |
12,00 |
23,5 |
|
zeugen, incl. biggen van minder dan 7 kg |
12,00 |
23,5 |
|
andere varkens van 20 tot 110 kg tweefasevoedering |
4,76 |
11,87 |
|
andere varkens met een gewicht van 20 tot 110 kg driefasevoedering |
4,76 |
11,87 |
|
andere varkens van meer dan 110 kg |
12,00 |
23,5 |
|
pluimvee |
legkippen incl.(groot)ouderdieren |
0,35 |
0,65 |
|
slachtkuikens |
0,15 |
0,52 |
- Gebruikt u voeders die vallen onder het laagfosforconvenant (VVC-P) en dus minder fosfor bevatten?
- De convenantcijfers gelden voor de berekening van de P2O5-uitscheiding.
- De forfaitaire cijfers gelden voor de berekening van de N-uitscheiding.
- Gebruikt u voeders die vallen onder het laageiwitconvenant (VVC-N) en dus minder stikstof bevatten?
- De convenantcijfers gelden voor de berekening van de N-uitscheiding.
- De forfaitaire cijfers gelden voor de berekening van de P2O5-uitscheiding.
- Gebruikt u nutriëntenarm voeder (VVC-N+P) en dus minder stikstof en fosfor bevatten?
- De convenantcijfers gelden voor de berekening van de P2O5-uitscheiding.
- De convenantcijfers gelden voor de berekening van de N-uitscheiding.
Hoe u de aangifte moet invullen als u het veevoederconvenant hebt toegepast staat in de toelichting. U vindt ook hier meer uitleg over de bijlagen die u moet meesturen als u voor dit type van nutriëntenbalanstype kiest.
Naar boven