top nav tools left nav
Siteoverzicht Contact Home

Hoe vult u de mestbankaangifte in? 

Hier kunt u een afschrift downloaden van de Mestbankaangifte voor land- en tuinbouwers:

  • Deel 1: Aangifte van mestproductie en mestgebruik voor het productiejaar 2011
  • Deel 2: Aangifte van dierlijke mestproductie in 2011
  • Deel 3: Aangifte van luchtwassers en mestverwerking van exploitatie-eigen mest in 2011
  • Deel 4: Aangifte van de productie van voedingswater en spuistroom in de tuinbouw in 2011 

Hieronder leggen we u per rubriek uit hoe u de Mestbankaangifte kunt invullen. Samen met de aangifte ontvangt u een toelichting. Daarin staat alle informatie en de nodige voorbeelden die handig zijn bij het invullen van de aangifte.

Mogelijk worstelt u na het lezen van de toelichting en het bekijken van uw aangifteformulier toch nog met vragen. Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen: de medewerkers van de Mestbank in uw provincie helpen u graag verder. U vindt hun contactgegevens bovenaan op de eerste pagina van deel 1 van uw aangifte.

Deel 1 van de aangifte stuurt u steeds ondertekend terug naar de Mestbank in uw provincie. Dat deel is opgebouwd uit de volgende rubrieken:

Identificatie van de exploitatie
Bij vraag 1 staan uw identificatiegegevens voorgedrukt, zoals ze bij het Agentschap voor Landbouw en Visserij (ALV) en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) bekend zijn. Het ALV staat in voor het correct identificeren van landbouwers, exploitanten en exploitaties. Als die gegevens verkeerd zijn, kunt u ze aanpassen op het formulier. De Mestbank zal die wijzigingen doorgeven aan het ALV. Kijk zeker uw beslagnummer na. Als u rundveehouder bent, maakt de Mestbank gebruik van dat gegeven om de gemiddelde veebezetting op uw exploitatie te berekenen.

De combinatie van uw exploitant-, exploitatie- en landbouwernummer laat de overheid toe u uniek te identificeren. Die gegevens staan voorgedrukt in het vak voor de administratie.

Als u van plan bent uw bedrijf over te laten of stop te zetten, neem dan vooraf contact op met het ALV. Zolang de overlating niet is gemeld bij het ALV, blijven alle rechten en plichten in het kader van het Mestdecreet bij de overlater. In het vak aanvullende inlichtingen kunt u vermelden dat uw bedrijf of exploitatie is stopgezet of overgenomen. Ook als u niet meer aangifteplichtig bent en toch nog een Mestbankaangifte hebt ontvangen, kunt u dat hier noteren.

Naar boven

Opslag Meststoffen

Opslag dierlijke mest
Als er geen dierlijke mest was opgeslagen op 1 januari 2012, dan kruist u het vakje ‘nee’ aan bij vraag 3.

Als u op uw exploitatie in het Vlaamse Gewest of op de kopakker in het Vlaamse Gewest wel dierlijke mest hebt opgeslagen op 1 januari 2012, dan kruist u ‘ja’ aan bij vraag 2 en vult u bij vraag 4 de hoeveelheid dierlijke mest in die u hebt opgeslagen. Als u bijvoorbeeld varkens hebt aangegeven, is het belangrijk dat u ook de overeenkomstige varkensmest in opslag aangeeft. Bij het invullen van de opslag, maakt u het onderscheid tussen vaste en vloeibare mest. Hiervoor vindt u twee tabellen in het formulier. Let bij het invullen op dat de mestsoorten in opslag in overeenstemming zijn met de staltypes die u aangeeft (zie deel 2). Wanneer u dieren houdt in een stal met (bijna) uitsluitend stalmest (potstal, bindstal met stro, …) is er alleen vaste mest en gier in opslag. Houdt u dieren in een stal met deels stalmest, deels mengmest (ligstal met stro, …) is er vaste mest en mengmest in opslag. Worden de dieren gehouden in een stal met amper stalmest (roosterstal, loopstal, …) is er bijna alleen mengmest. De hoeveelheid opgeslagen dierlijke mest moet u aangeven in kubieke meter (m³). Voor de vaste mest moet u een omrekening maken van gewicht (ton) naar volume (m³). Om deze omrekening te maken kunt u gebruikmaken van de toelichting en de brochure Normen en richtwaarden 2011. Voor de aangevoerde en nog niet gespreide vaste mest kunt u een beroep doen op de vervoersdocumenten.

De hoeveelheid N en P2O5 hoeft u alleen in te vullen als u wil afwijken van de richtwaarden. Die richtwaarden vindt u terug in de toelichting en de brochure Normen en richtwaarden 2011. U stuurt een recente analyse mee om deze cijfers te staven.

Opslag andere meststoffen
Als er geen andere meststoffen waren opgeslagen op 1 januari 2012, dan kruist u het vakje ‘nee’ aan bij vraag 5.

Als u op uw exploitatie in het Vlaamse Gewest of op de kopakker in het Vlaamse Gewest andere meststoffen op 1 januari 2012 hebt opgeslagen, dan kruist u ‘ja’ aan bij vraag 5 en vult u bij vraag 6 de hoeveelheid andere meststoffen in.

Let op: deze hoeveelheden geeft u aan in ton. U geeft dus het gewicht op, maar ook de samenstelling van de opgeslagen meststoffen. U kunt zich hiervoor baseren op de vervoersdocumenten.

Naar boven

Gebruik van kunstmest

Gebruik van kunstmest op gronden in Vlaamse Gewest
Als u geen kunstmest gebruikt hebt, duidt u dit aan bij vraag 7 en gaat u naar vraag 10.

Als u wel kunstmest gebruikt hebt, ook al woont u buiten het Vlaamse Gewest, vult u bij vraag 8 de hoeveelheid kunstmest in die u in 2011 gebruikt hebt op eigen landbouwgronden die gelegen zijn binnen het Vlaamse Gewest. U geeft de soort kunstmest met bijhorende samenstelling (in %) aan. Daarnaast kunt u een keuze maken hoe u de totaal gebruikte hoeveelheid invult: ofwel vult u de hoeveelheid (in kg of liter) in, ofwel de totale gebruikte hoeveelheid (in kg N en kg P2O5). U mag ook alle kolommen invullen.

U geeft in dit vak alleen de kunstmest aan die u hebt gebruikt op uw eigen landbouwgronden in het Vlaamse Gewest. Als u spuiwater afkomstig van een zure wasser gebruikt hebt op uw landbouwgronden, dan moet u dit ook als kunstmeststof bij vraag 8 aangeven. Voeg dan een kopie van de analyse van het spuiwater bij uw aangifte. Kunstmest die u gebruikt hebt voor het aanmaken van groeimedium of die bovenop het groeimedium wordt gelegd, geeft u aan in deel 4 van de aangifte en niet bij deze rubriek.

Gebruik van kunstmest in de winterperiode op tuinbouwteelten
Als u kunstmest in de winterperiode op tuinbouwteelten hebt gebruikt, moet u dit aangeven bij vraag 9. Dit is enkel van toepassing voor bepaalde gewassen en onder strikte voorwaarden. Die gewassen en voorwaarden staan in de brochure Toelichting bij de bemesting tijdens de winterperiode voor tuinbouwgewassen en fruit. In de aangifte duidt u aan in welke periode dit was.

Naar boven

Gebruik van dierlijke meststoffen op landbouwgronden buiten het Vlaamse Gewest
Vlaamse landbouwers met eigen landbouwgronden gelegen buiten het Vlaamse Gewest moeten de meststoffen aangeven die hier werden opgebracht.

In deze rubriek van de aangifte geeft u dierlijke meststoffen aan (spreiden en opslaan op de kopakker in vraag 11 en bemesting via begrazing in vraag 12), die u hebt opgebracht op uw eigen gronden buiten het Vlaamse Gewest. Als u in 2011 geen gronden had buiten het Vlaamse Gewest, dan kruist u het vakje ‘nee’ aan bij vraag 10.

Spreiden en opslaan op de kopakker
Voor het spreiden en opslaan op de kopakker van dierlijke mest vult u bij vraag 11 bij de soort dierlijke mest de diersoort waarvan de mest afkomstig is in. Voor de vorm van de dierlijke mest en de regio waar de dierlijke mest is gespreid of opgeslagen op de kopakker gebruikt u de afkortingen zoals aangegeven in de aangifte.

Voor de samenstelling maakt u gebruik van de Vlaamse richtwaarden. U kunt ook een mestanalyse gebruiken op voorwaarde dat u die als bewijsstuk met aangifte meestuurt.

Als u uw eigen gronden in Nederland wil bemesten met dierlijke mest van uw Vlaams bedrijf dan moet u hiervoor een erkenning aanvragen. Hier vindt u het formulier Erkenning als grensoverschrijdend veeteeltbedrijf.

Bemesting via begrazing
Net als vorig jaar geeft u de bemesting via begrazing apart aan in een begrazingsschema. Dit doet u bij vraag 12. Op dit register noteert u het aantal graasdieren per categorie, samen met de regio waar de dieren hebben gegraasd, en de periode waarin ze in Wallonië, Nederland of Frankrijk graasden.

Laat u dieren van een ander bedrijf op uw landbouwgrond grazen, dan moet u die niet aangeven in deze aangifte. Ook eigen dieren die u laat grazen op landbouwgrond van een ander bedrijf moet u hier niet aangeven. Hiervoor moet u bij de Mestbank een inscharingscontract indienen.

Bij plaatsgebrek kunt u het uitscheurbaar formulier in de toelichting gebruiken.

Als u wenst kan deze bezetting afgetrokken worden van uw gemiddelde bezetting op basis van de DGZ-gegevens. Dit doet u door bij vraag 13 ‘ja’ aan te kruisen. De Mestbank zal de vermindering van uw rundveebezetting bepalen op basis van uw begrazingsschema. De bemesting tijdens de begrazing zal dan ook niet in uw mestbalans worden meegeteld. Als u het vakje ‘nee’ aankruist, wordt de bemesting tijdens de begrazing in rekening gebracht in uw mestbalans op basis van uw begrazingsschema.

Naar boven

Landbouwers met exploitaties buiten en gronden binnen het Vlaamse Gewest

Hebt u een exploitatie buiten het Vlaamse Gewest, maar ligt een gedeelte van uw eigen landbouwgrond (dus niet de stallen) in het Vlaamse Gewest, dan kruist u ‘ja’ aan bij vraag 14.

Spreiden van dierlijke mest
U vult bij vraag 15 de hoeveelheid dierlijke mest in, die werd geproduceerd op uw bedrijf (gelegen buiten het Vlaamse Gewest), en die werd opgebracht op uw landbouwgronden in het Vlaamse Gewest, exclusief bemesting door begrazing (rechtstreekse uitscheiding). Bij de soort dierlijke mest vult u in van welke diersoort de mest afkomstig is, in: bv. rundvee, mestvarkens, slachtkuikens, ... 

Begrazen
Als u uw dieren uit stallen buiten het Vlaamse Gewest hebt laten grazen op uw eigen gronden in het Vlaamse Gewest, dan moet u dit invullen bij vraag 16. Bij deze vraag vult u uw begrazingsschema in. Dit doet u door in de eerste kolom de diercategorie in te vullen en vervolgens het aantal dieren dat op de Vlaamse Grond gegraasd heeft. Ten slotte vermeldt u in de twee laatste kolommen respectievelijk de start- en einddatum van de begrazing op uw eigen landbouwgrond in het Vlaamse Gewest. Hieronder vindt u een voorbeeld van een begrazingsschema.

diercategorie

aantal dieren

startdatum

einddatum

zoogkoeien

25          

1/4/11

1/9/11

andere runderen

5

1/4/11

1/9/11

Laat u dieren van een ander bedrijf op uw landbouwgrond grazen, dan moet u die niet aangeven op deze aangifte. Ook eigen dieren die u laat grazen op landbouwgrond van een ander bedrijf moet u hier niet aangeven. Die dieren zijn al gekend bij de Mestbank via inscharingscontracten.

Naar boven

Bijgevoegde bijlagen en bijgevoegde delen van de aangifte

U duidt bij vraag 17 aan welke bijlagen u bij uw aangifte voegt.

De Mestbankaangifte bestaat uit 4 delen. Deel 1 moet u steeds ondertekend terugsturen naar de Mestbank in uw provincie. Bij vraag 18 duidt u aan welke andere delen van de Mestbankaangifte u moet invullen en terugsturen.

  • Deel 2: Aangifte van dierlijke mestproductie in 2011
    Als u in 2011 dieren heeft gehouden op de exploitatie, dan kruist u dit vakje aan. In dit geval moet u deel 2 ook invullen en meesturen. In de rubriek dieren vindt u meer informatie over het invullen van deze bijlage. Als u geen dieren hebt gehouden in 2011, dan stuurt u deze bijlage niet mee. 
  • Deel 3: Aangifte van luchtwassers en mestverwerking van exploitatie-eigen mest in 2011
    Als u in 2011 op uw exploitatie spuiwater afkomstig van een biologische of zure luchtwasser produceert kruist u dit vakje aan. Ook als u de exploitatie-eigen mest verwerkt, kruist u dit vakje aan. In beide gevallen, vult u ook deel 3 in en stuurt het mee. Als u in 2011 geen spuiwater heeft geproduceerd of geen exploitatie-eigen mest heeft verwerkt, dan stuurt u deze bijlage niet mee.
  • Deel 4: Aangifte van de productie van voedingswater en spuistroom in de tuinbouw in 2011 
    Als u op uw exploitatie gewassen kweekt op groeimedium, dan kruist u dit vakje aan. U vult deel 4 in en stuurt dit mee met uw aangifte. In de rubriek groeimedium vindt u meer informatie over het invullen van deze bijlage. Als u geen voedingswater heeft aangemaakt in 2011, dan stuurt u deze bijlage niet mee.

Naar boven

Verklaring door de aangever
In dit vak ondertekent u de verklaring dat u uw aangifte volledig en juist heeft ingevuld.

Let op: een niet getekende aangifte staat gelijk met niet ingediend en kan aanleiding geven tot een administratieve geldboete. Kijk ook na of u alle noodzakelijke bijlagen bij de aangifte heeft gevoegd én ondertekend.

Naar boven

top
Copyright 2010, Vlaamse Landmaatschappij
Disclaimer | Siteoverzicht
Vlaamse overheid