top nav tools left nav
Siteoverzicht Contact Home

Groeimedium op de mestbankaangifte 

Aangifteplicht
U vult dit deel in als u in 2010 gewassen op groeimedium hebt geteeld. Hiervoor moet u de productie van het voedingswater en de spuistroom invullen. Ook als u geen voedingswater aanmaakt, maar bijvoorbeeld gebruikmaakt van kunstmest die in het groeimedium zelf wordt gemengd, vult u dit deel in. Wie meer dan 50 are groeimedium gebruikt, moet een aangifte indienen. Ook moet elke land- en tuinbouwer met minstens 2 ha landbouwgrond of een mestproductie van 300 kg P2O5 of meer voor zijn teelt op groeimedium – ongeacht de oppervlakte groeimedium – deel 4 van de aangifte invullen. De aangifte doet u via de Aangifte van de productie van voedingswater en spuistroom in de tuinbouw in 2010 (deel 4).

Naar boven

Wat is groeimedium, voedingswater en spuistroom?
Groeimedium is materiaal in vaste of vloeibare vorm (geen landbouwgrond) dat wordt gebruikt of bestemd is om te
worden gebruikt als voedingsbodem voor gewassen. Concreet wordt hiermee de grondloze teelt van gewassen bedoeld. Bijvoorbeeld de opkweek van sierplanten in bloempotten, tomaten op substraat, aardbeien op substraat, maar ook de forcerie van witloofwortelen in bakken. Voorbeelden van substraat zijn: turf, potgrond, steenwol, perliet en nutriëntfilm.

Voedingswater is de hoeveelheid water die u verstrekt aan uw gewas op groeimedium en waaraan voedingsstoffen zijn toegevoegd.

Spuistroom is het overtollige voedingswater, afkomstig van gewassen op een groeimedium, dat niet hergebruikt wordt als voedingswater.
Strikt genomen beschikt u niet over spuistroom als u geen voedingswater aanmaakt. Het komt echter de waterkwaliteit ten goede als u het overtollige water dat wegvloeit, opvangt en een nuttige toepassing geeft.

Naar boven

Waarom moet u aangifte doen van voedingswater en spuistroom?
Bij de teelt van gewassen op groeimedium ontstaan vloeibare reststromen die in meerdere of mindere mate stikstof en fosfaat bevatten. In het Mestdecreet worden die reststromen benoemd als spuistroom. Die spuistroom is ingedeeld bij “andere meststoffen”, naast “dierlijke mest” en “kunstmest”. Alle soorten meststoffen, dus ook spuistroom, mogen niet geloosd worden. Zij moeten oordeelkundig op landbouwgrond worden gebracht of verwerkt. Die maatregel helpt mee voorkomen dat nitraten van agrarische oorsprong in te hoge concentratie terechtkomen in het oppervlaktewater of grondwater.
Via de aangifte volgt de Mestbank het gebruik van deze reststromen op en wordt een eerste stap gezet in de opvolging van de nuttige aanwending van spuistroom.

Naar boven

Totale oppervlakte van het groeimedium?
Vul bij vraag 1 de totale oppervlakte aan groeimedium van uw bedrijf in.
De oppervlakte is de volledige ruimte waar planten geteeld worden op groeimedium. Een centrale dienstgang hoeft u niet mee te tellen, maar de paden voor verzorging en oogst tussen twee rijen wel. In het geval uw oppervlakte groeimedium uit meerdere teeltlagen bestaat, vermenigvuldigt u de oppervlakte met het aantal lagen en vermindert u dit getal met 10 %.

U vindt een uitgewerkt voorbeeld met bijhorende figuur in de toelichting.

Naar boven

Productie van voedingswater in 2010

Totale hoeveelheid water, kg N en kg P2O5 voor de productie van voedingswater
De totale hoeveelheid water die u moet invullen, is de hoeveelheid water die u bij de kunstmest hebt gevoegd voor de productie van nieuw voedingswater. Het is de hoeveelheid water die u hebt verstrekt om uw planten te voeden. De hoeveelheid drainwater die gerecirculeerd wordt, telt u niet mee. Via de debietmeter tussen deze verbinding of met uw waterfactuur kunt u de totale hoeveelheid water voor de productie van voedingswater bepalen.

De hoeveelheden N en P2O5 in kg, zijn de hoeveelheden N en P2O5 in kg uit uw totale hoeveelheid gebruikte kunstmest die u met het water hebt gemengd voor de productie van voedingswater. Ook hier telt u de recirculatie niet mee.
Via uw aankoopfacturen kunt u de totaal gebruikte hoeveelheid N en P2O5 bepalen, houd hierbij rekening met begin- en eindstock.

Voor een duidelijk overzicht van de verschillende aan water en meststoffen bij een teelt op groeimedium met recirculatie kan u het schema uit de toelichting gebruiken.

Recirculatie
Bij recirculatie wordt het water dat onder aan het groeimedium wordt gerecupereerd weer bij het voedingswater gemengd zodat het opnieuw kan worden toegediend. Als u recirculatie heeft toegepast, duidt u ‘ja’ aan bij vraag 4. Anders duidt u ‘nee’ aan.

Naar boven

Gebruik van kunstmest in 2010
Als u in 2010 kunstmest op een andere manier dan via het voedingswater hebt verstrekt aan planten op groeimedium, kruist u ‘ja’ aan bij vraag 5. Een voorbeeld is kunstmest die in potgrond is gemengd. U specificeert bij vraag 6 telkens de soort kunstmest, samen met de samenstelling van de meststof aan N, P2O5 en K2O in %. Ten slotte geeft u de totaal gebruikte hoeveelheid per soort kunstmest aan. U vult de hoeveelheid (in kg of liter) in, samen met de totaal gebruikte hoeveelheid aan N en P2O5 (beide in kg).

De samenstelling van de soort kunstmest kunt u vinden op uw aankoopdocumenten. Door de samenstelling aan N en P2O5 te vermenigvuldigen met de hoeveelheid in kg of liter, bekomt u de totale gebruikte hoeveelheid in kg N en kg P2O5.

 Naar boven

 

Spuistroom in 2010
Bij vraag 7 vult u in hoeveel spuistroom u geproduceerd en opgeslagen heeft. U vult de hoeveelheid, uitgedrukt in m³,  en ook de totale geproduceerde hoeveelheid N en P2O5 in de spuistroom. Dit doet u in kg N en kg P2O5.
Meer info over de berekeningen van de hoeveelheden vindt u in de toelichting.
Bij vraag 8 vult u de op uw exploitatie aanwezige opslagcapaciteit voor spuistroom in. Naast de specifieke capaciteit van het opslagvat voor spuistroom kunt u ook de buffertank(s) voor recirculatie meerekenen als opslagcapaciteit voor spuistroom.

Naar boven

 

top
Copyright 2010, Vlaamse Landmaatschappij
Disclaimer | Siteoverzicht
Vlaamse overheid