top nav tools left nav
Siteoverzicht Contact Home

Veevoederconvenant: laagfosfor- en laageiwitvoeder 

Met het driesporenbeleid pakt de Vlaamse overheid het probleem van de mestoverschotten in Vlaanderen aan. Binnen de eerste pijler "aanpak aan de bron" werden al mooie resultaten geboekt, ondermeer met fosforarme en eiwitarme voeders. De minister heeft een overeenkomst gesloten met Bemefa en de Vereniging van de Zelfmengers om de P- en N-productie in Vlaanderen te beperken door het gebruik van laagfosfor- en/of laageiwitvoeders.

Waarom kiezen veehouders voor laagfosfor- en/of laageiwitvoeder?

De overheid maakt het voor veehouders aantrekkelijk een beperkte hoeveelheid fosfaat en nitraat te produceren. Bij de veehouder die geen inspanningen levert, berekent de Mestbank de productie aan fosfaat en aan stikstof van de dieren volgens een forfaitair stelsel. In dit stelsel wordt voor de berekeningen uitgegaan van een "normale" mestproductie en -samenstelling.

Voor varkens en kippen produceert de mengvoederindustrie aangepaste voeders, de zogenaamde laagfosfor- en laageiwitvoeders. Die voeders hebben een lagere fosfaat- of stikstofinhoud dan traditionele voeders. Veetelers die laagfosfor- of laageiwitvoeder gebruiken, kunnen dan ook kiezen voor convenantuitscheidingscijfers. Dit is het nutriëntenbalensstelsel - type veevoederconvenant.

Als u voor een bepaalde diercategorie hebt geopteerd om gebruik te maken van laagfosforvoeder, laageiwitvoeder of nutriëntenarm voeder, moet u gedurende het volledige kalenderjaar alle dieren van de betreffende diercategorie die op de exploitatie werden gehouden uitsluitend gevoederd hebben met respectievelijk laagfosforvoeder, laageiwitvoeder of nutriëntenarm voeder.

U vraagt ook bij de leverancier een attest laagfosfor- en/of laageiwitvoeder. U voegt dit attest als bijlage bij de jaarlijkse Mestbankaangifte.

Naar boven

Waar vindt u laagfosfor- en/of laageiwitvoeder?

Erkend laagfosfor- en/of laageiwitvoeder vindt u bij fabrikanten die in het lopende jaar deelnemen aan de convenant. De lijst wordt jaarlijks herzien en geeft aan van welke veevoederproducenten men voeder moet afnemen om bij de eerstvolgende Mestbankaangifte (2010) van de regeling te kunnen genieten.

Alleen leveranciers die voor het lopende jaar de veevoederconvenant hebben ondertekend, kunnen een (door de Mestbank erkend) "attest geleverde voeders" afleveren.

Lijst leveranciers productiejaar 2010

Lijst leveranciers productiejaar 2011

Naar boven 

Wie controleert de naleving?
Aanvankelijk werd het veevoederconvenant federaal opgevolgd (door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen - FAVV). In 2003 is die taak overgedragen aan het Vlaamse Gewest, in het bijzonder aan de Mestbank.

Jaarlijks moeten de ondertekenaars van het veevoederconvenant aan de hand van een aantal staalnames aantonen dat het voeder dat ze leveren voldoet aan de normen voor laagfosfor- en/of laageiwitvoeder. De Mestbank overloopt de resultaten van die staalnames in november 
tijdens een evaluatievergadering. 

Als het voeder van een ondertekenaar niet voldoet aan de normen die het convenant oplegt, schorst de Mestbank de ondertekenaar. Hij verliest dan zijn erkenning als producent voor laagnutriëntenvoeder. Dat betekent dat hij in het volgende productiejaar geen attesten meer mag uitschrijven. Landbouwers die voeders afnemen van die producent kunnen het convenantstelsel niet meer volgen. Zij kunnen wel nog het uitscheidingsbalanstype regressie volgen.

Om als leverancier of zelfmenger te voldoen aan de voorwaarden van het convenant, moet de voederproducent stalen laten analyseren door een erkend laboratorium.

Naar boven

 

 

 

 

top
Copyright 2010, Vlaamse Landmaatschappij
Disclaimer | Siteoverzicht
Vlaamse overheid