Welke gegevens krijgt de Mestbank?
Hoe bepaalt de Mestbank mijn veebezetting?
Hoe kan ik mijn gemiddelde veebezetting volgen zonder register?
Welke gegevens krijgt de Mestbank?
Vanaf productiejaar 2009 vormen de DGZ-gegevens (DGZ staat voor Dierengezondheidszorg Vlaanderen) de basis voor de berekening van de gemiddelde veebezetting van de runderen voor de Mestbankaangifte.
Om een correcte veebezetting te bepalen, verzamelt de Mestbank de nodige gegevens van het betreffende kalenderjaar bij de verschillende overheden. Zo worden bij DGZ de rundveegegevens opgevraagd en bij het Agentschap voor Landbouw en Visserij (ALV) de melk- en rantsoengegevens. De rantsoengegevens worden op basis van de gronden van de landbouwer bepaald. Via de Mestbankaangifte kan de landbouwer dan de aankoop- en verkoopborderellen van de maïs toevoegen. De Mestbank houdt ook rekening met de gegevens over perspulp.
Rundveegegevens
De Mestbank ontvangt van DGZ per beslag de relevante gegevens per rund. Dat zijn onder andere het rastype, de geboortedatum, de kalfdatum en de vertrekdatum. Daarnaast kunt u via het Veeportaal (online applicatie van DGZ) ook aanduiden met welk doel u het volwassen vrouwelijk rund na de kalving wil aanhouden: als melkkoe, zoogkoe of reforme koe.
Melkgegevens
De Mestbank heeft per landbouwer gegevens van het ALV ontvangen over de hoeveelheid melk die in het vorige kalenderjaar werd geleverd aan de zuivelindustrie of werd verkocht via thuisverkoop. De gemiddelde melkproductie per melkkoe wordt dan bepaald door het totale aantal kg melk van het vorige productiejaar te delen door de gemiddelde veebezetting van de melkkoeien van het vorige productiejaar.
Rantsoengegevens
Het rantsoen wordt bepaald aan de hand van de voedergewasoppervlakte (maïs, voedergranen en voederbieten) en de oppervlakte grasland van het bedrijf. Die gegevens zijn gekend via de verzamelaanvraag. U voegt bij uw Mestbankaangifte een kopie van de overeenkomst van de aangekochte maïs, zodat we ook die in rekening kunnen brengen. De Mestbank zal ook rekening houden met de gegevens over de hoeveelheid perspulp van suikerbieten, verkochte voedergewassen en de buiten het Vlaamse Gewest geteelde voedergewassen. Meer informatie over de bepaling van het voederrantsoen vindt u op de pagina Voederrantsoenen bij melkkoeien.
Naar boven
Hoe bepaalt de Mestbank mijn veebezetting?
Om de veebezetting op uw bedrijf te bepalen, berekent de Mestbank van ieder rund dat tijdens het productiejaar op uw bedrijf verbleef, het aantal dagen dat het rund tot een bepaalde categorie behoort. Om de jaarlijkse gemiddelde veebezetting te bepalen, worden per categorie alle dagen opgeteld, en gedeeld door het aantal dagen van het productiejaar.
Berekening per rund
De berekening per categorie is nodig omdat niet elk rund dezelfde uitscheiding heeft. Het uitscheidingscijfer hangt af van o.a. de leeftijd, het rastype, … De uitscheidingscijfers vindt u in de laatste editie van de brochure ‘normen en richtwaarden.
Beschrijving van de diercategorieën
- Vervangingsvee jonger dan 1 jaar: vrouwelijke dieren, jonger dan 1 jaar van het rastype melk of dubbeldoel, op een bedrijf met melkgift.
- Vervangingsvee van 1 tot 2 jaar: vrouwelijke dieren, tussen 1 en 2 jaar van het rastype melk of dubbeldoel, op een bedrijf met melkgift.
- Melkkoeien: vrouwelijke dieren ouder dan 2 jaar van het rastype melk of dubbeldoel op een bedrijf met melk. Vanaf de eerste kalving tot de laatste kalving op hetzelfde beslag plus één jaar is het rund een melkkoe. Na deze periode wordt de melkkoe een ander rund.
- Mestkalveren: dier met code mestkalf.
- Runderen jonger dan 1 jaar. Hierbij horen de volgende dieren:
- mannelijke dieren jonger dan 1 jaar;
- vrouwelijke dieren jonger dan 1 jaar van het rastype vlees;
- vrouwelijke dieren jonger dan 1 jaar van het rastype melk of dubbeldoel van een bedrijf zonder melkgift.
- Runderen van 1 tot 2 jaar. Hierbij horen de volgende dieren:
- mannelijke dieren tussen 1 en 2 jaar;
- vrouwelijke dieren tussen 1 en 2 jaar van het rastype vlees;
- vrouwelijke dieren tussen 1 en 2 jaar van het rastype melk of dubbeldoel van een bedrijf zonder melkgift.
- Zoogkoeien: vrouwelijke dieren ouder dan 2 jaar van het rastype vlees en vrouwelijke dieren ouder dan 2 jaar van het rastype melk of dubbeldoel op een bedrijf zonder melk. Vanaf de eerste kalving tot de laatste kalving op hetzelfde beslag plus één jaar is het rund een zoogkoe. Na deze periode wordt de zoogkoe een ander rund.
- Andere runderen: Hierbij horen de volgende dieren:
- mannelijke dieren ouder dan 2 jaar;
- vrouwelijke dieren ouder dan 2 jaar die (nog) niet gekalfd hebben op het beslag;
- vrouwelijke dieren vanaf 1 jaar na de laatste kalving op hetzelfde beslag, of vanaf datum reform;
- (in feite = alle runderen ouder dan 2 jaar die geen melkkoe of zoogkoe zijn).
Rastype van het rund
Bij de geboorte van een kalf geeft de rundveehouder aan DGZ het rastype door: type melk (1), type mest (2) of type dubbeldoel (3). Dit type blijft het rund behouden tot de slachtdatum. Het rastype kan niet gewijzigd worden.
Onderscheid tussen melkkoe en zoogkoe
U maakt het onderscheid tussen melk- en zoogkoe door in het Veeportaal aan te duiden hoe u het rund wenst aan te houden. U kunt bijvoorbeeld de datum doorgeven waarop het rund start als melkkoe, de datum waarop het rund start als zoogkoe of de datum waarop een melkkoe of zoogkoe afgemest (reform) wordt.
Als er geen gegevens over ‘datum melkkoe’, ‘datum zoogkoe’ of ‘datum reform’ doorgegeven worden, dan wordt het rastype gebruikt om een onderscheid te maken tussen melkvee en vleesvee. Alle runderen van het rastype melk en dubbeldoel op een bedrijf mét melkgift, worden beschouwd als melkvee. Alle runderen van het type mest, of van het type melk of dubbeldoel op een bedrijf zonder melkgift, worden beschouwd als vleesvee.
Wanneer een rund van type melk aangekocht wordt door een bedrijf zonder melkquotum, wordt bij de omrekening van de DGZ-gegevens dit rund automatisch als een zoogkoe aanzien vermits er geen melkquotum is op dit bedrijf.
Voorbeelden
De onderstaande gegevens zijn fictief. De volgende gegevens werden ontvangen via DGZ:

Per rund bepaalt de Mestbank hoeveel dagen het tot een bepaalde categorie behoort.
Rund 05: mannelijk rund, geboren op 19/03/2003 en aangehouden als ander rund van 01/01/2009 tot 12/12/2009, of 345 dagen ander rund.
Rund 06: vrouwelijk rund, aangekomen op 22/03/2009 en aangehouden als melkkoe, dus van 22/03/2009 tot en met 31/12/2009, of 285 dagen melkkoe.
Rund 07: vrouwelijk rund, sinds geboorte op bedrijf, en aangehouden als melkkoe, dus van 01/01/2009 tot en met 31/12/2009, of 365 dagen melkkoe.
Rund 08: vrouwelijk rund, sinds de geboorte op het bedrijf, en daar vanaf de eerste kalving aangehouden als melkkoe, maar na de laatste kalving meldt de landbouwer bij het Veeportaal dat het rund afgemest wordt (reform), om van het bedrijf te vertrekken op 28/12/2009, dus van 01/01/2009 tot 15/10/2009, of 287 dagen melkkoe, en nog van 15/10/2009 tot 28/12/2009 of 74 dagen Ander rund.
Rund 09: vrouwelijk rund, geboren op 10/04/2009, aangehouden als vervangingsvee, dus van 10/04/2009 tot en met 31/12/2009, of 266 dagen vervangingsvee jonger dan 1 jaar.
Rund 10: mannelijk rund, geboren op 12/07/2009, aangehouden als mestkalf, dus van 12/07/2009 tot en met 31/12/2009 of 173 dagen mestkalf.
Rund 11: vrouwelijk rund, geboren op 15/10/2009, aangehouden als mestkalf, dus van 15/10/2009 tot en met 31/12/2009 of 74 dagen mestkalf.
Berekening per beslag
Na de bepaling van het aantal dagen dat ieder rund in het betreffende productiejaar op het bedrijf aanwezig was, wordt per bedrijf het aantal dagen dat de runderen tot een specifieke categorie behoorden, opgeteld. Op basis van die gegevens wordt dan de gemiddelde veebezetting voor het productiejaar berekend. Nemen we de gegevens van het voorbeeld hierboven.
Bepaling gemiddelde bezetting melkkoe: runderen 06, 07 en 08 dragen bij tot de bepaling van de gemiddelde veebezetting voor melkkoeien. (285 + 365 + 287)/365 = 937/365 = 2,57 melkkoeien per jaar. Afgerond is de gemiddelde veebezetting voor de categorie ‘melkkoe’ gelijk aan 3.
Bepaling gemiddelde bezetting ander rund: runderen 05 en 08 dragen bij tot de bepaling van de gemiddelde veebezetting voor andere runderen. (345 + 74)/365 = 419/365 = 1,15 andere runderen per jaar. Afgerond is de gemiddelde veebezetting voor de categorie ‘andere runderen’ gelijk aan 1.
Bepaling gemiddelde bezetting vervangingsvee jonger dan 1 jaar: rund 09 draagt bij tot de bepaling van de gemiddelde veebezetting voor vervangingsvee jonger dan 1 jaar. 266/365 = 0,73 vervangingsvee jonger dan 1 jaar per jaar. Afgerond is de gemiddelde veebezetting voor de categorie ‘vervangingsvee jonger dan 1 jaar’ gelijk aan 1.
Bepaling gemiddelde bezetting mestkalf: runderen 10 en 11 dragen bij tot de bepaling van de gemiddelde veebezetting voor mestkalveren. (173 + 74)/365 = 247/365 = 0,68 mestkalveren per jaar. Afgerond is de gemiddelde veebezetting voor de categorie ‘mestkalf’ gelijk aan 1.
Naar boven
Hoe kan ik mijn gemiddelde veebezetting volgen zonder register?
Aangezien voor de bepaling van de gemiddelde veebezetting van de runderen de gegevens van DGZ worden gebruikt, moet u geen dierregister meer bijhouden voor de runderen. U kunt de gemiddelde veebezetting van de runderen wel raadplegen via het Mest Internet Loket (MIL) (http://mil.vlm.be). Op het MIL kunt u niet alleen uw aangifte van alle dieren van de voorbije jaren raadplegen, maar ook de gemiddelde veebezetting voor het lopende kalenderjaar zoals gekend via de gegevens van DGZ. Daarenboven vindt u er op basis van de gegevens van het lopende jaar een prognose van de gemiddelde veebezetting voor het volledige jaar.
Vorige productiejaren
Als u het vorige productiejaar selecteert, ziet u een overzicht van de door u aangegeven dieren voor het gekozen jaar. De totale geproduceerde hoeveelheid N en P2O5 wordt ook getoond.
Bezetting van het lopende productiejaar
Voor het lopende productiejaar worden de gegevens van DGZ omgerekend zoals hierboven beschreven. De bekomen aantallen geven dan de gemiddelde veebezetting van de runderen weer voor de periode zoals vermeld boven de kolom.
Prognose van het lopende productiejaar
Bij de bepaling van de prognose gaan we ervan uit dat de runderen die op de laatste dag van de periode op het beslag aanwezig zijn, tot het einde van het lopende productiejaar op het beslag zullen blijven. Op die manier wordt de huidige bezetting omgerekend naar het volledige kalenderjaar. De prognose van november zal dan ook voor bijna alle bedrijven quasi gelijk zijn aan de nadien bepaalde gemiddelde veebezetting voor het volledige kalenderjaar.
Naar boven