Inleiding
Forfaitaire uitscheidingscijfers voor melkkoeien
Aangepaste uitscheidingscijfers
Inleiding
De forfaitaire uitscheidingscijfers voor melkkoeien die u vindt in de laatste editie van de brochure Normen en richtwaarden zijn minimumwaarden waaraan voorwaarden zijn verbonden. Als niet voldaan is aan alle voorwaarden verhogen de uitscheidingscijfers.
De effectieve uitscheidingscijfers zijn afhankelijk van de voedergewasoppervlakte. Die voedergewasoppervlakte is gelijk aan:
De oppervlakte landbouwgrond van het bedrijf, met als hoofdteelt maïs, voedergranen en voederbieten, uitgedrukt in hectare
- de oppervlakte landbouwgrond van het bedrijf met als hoofdteelt maïs, voedergranen en voederbieten, waarvan de opbrengst gebruikt wordt in een ander bedrijf, uitgedrukt in hectare
+ de oppervlakte landbouwgrond van een ander bedrijf met als hoofdteelt maïs, waarvan de opbrengst gebruikt wordt in het eigen bedrijf, uitgedrukt in hectare
+ het aantal ton perspulp van suikerbieten dat gebruikt is op het bedrijf gedeeld door 63 (Die 63 wijst op het feit dat u bij benadering 63 ton perspulp aan opbrengst per hectare heeft.)
De oppervlakte landbouwgrond wordt bepaald op basis van de verzamelaanvraag van het ALV. Daarbij tellen we de buiten het Vlaamse Gewest geteelde hoeveelheid voedergewassen op die u op uw Mestbankaangifte hebt opgegeven.
Voor de inkoop van maïs voegt u een kopie van een overeenkomst bij uw aangifte. Die inkoop wordt automatisch in mindering gebracht bij de verkoper. Voor het aantal ton perspulp stuurt u een factuur van het voorbije campagnejaar op.
Naar boven
Forfaitaire uitscheidingscijfers voor melkkoeien
U kunt de forfaitaire uitscheidingscijfers gebruiken als voldaan is aan 2 voorwaarden:
Voorwaarde 1
Het gemiddelde aantal melkkoeien dat in een bepaald productiejaar gehouden wordt op uw bedrijf, per ha voedergewas- en graslandoppervlakte bedraagt maximaal 3.
Voorwaarde 2
Het aandeel voedergewasoppervlakte bedraagt minimaal 45 % van de totale oppervlakte voedergewas en oppervlakte productief grasland. Het aandeel voedergewasoppervlakte berekent u als volgt (in procent):
voedergewasoppervlakte / (voedergewasoppervlakte + productieve graslandoppervlakte) X 100
De productieve graslandoppervlakte is de oppervlakte grasland van het bedrijf (permanent of tijdelijk), behalve grasland waarop nulbemesting van toepassing is, uitgedrukt in hectare.
Naar boven
Aangepaste uitscheidingscijfers
Niet voldaan aan voorwaarde 1
De uitscheidingscijfers worden verhoogd met 2 kg P2O5/dier/jaar en 8 kg N/dier/jaar.
Niet voldaan aan voorwaarde 2
De uitscheidingscijfers worden verhoogd met:
(1 - aandeel voedergewasoppervlakte) x 8 kg P2O5 en
45 dier/jaar
(1 - aandeel voedergewasoppervlakte) x 20 kg N
45 dier/jaar
Niet voldaan aan voorwaarde 1 en voorwaarde 2
De uitscheidingscijfers worden verhoogd met het hoogste getal voor P2O5 en met het hoogste getal voor N bekomen volgens de aangepaste uitscheidingscijfers van voorwaarde 1 of voorwaarde 2.
Enkele voorbeelden als niet voldaan is aan voorwaarde 2
|
aandeel voedergewasoppervlakte |
uitscheidingscijfers worden verhoogd met |
|
P2O5 in kg/dier/jaar |
N in kg/dier/jaar |
|
45 |
0 |
0 |
|
42,75 |
0,4 |
1 |
|
40,5 |
0,8 |
2 |
|
38,25 |
1,2 |
3 |
|
36 |
1,6 |
4 |
|
33,75 |
2 |
5 |
|
31,5 |
2,4 |
6 |
|
29,25 |
2,8 |
7 |
|
27 |
3,2 |
8 |
|
24,75 |
3,6 |
9 |
|
22,5 |
4 |
10 |
|
20,25 |
4,4 |
11 |
|
18 |
4,8 |
12 |
|
15,75 |
5,2 |
13 |
|
13,5 |
5,6 |
14 |
|
11,25 |
6 |
15 |
|
9 |
6,4 |
16 |
|
6,75 |
6,8 |
17 |
|
4,5 |
7,2 |
18 |
|
2,25 |
7,6 |
19 |
|
0 |
8 |
20 |
Bv. (1 - 24,75) x 8 kg P2O5 = 3,6 en
45 dier/jaar
(1 - 24,75) x 20 kg N = 9
45 dier/jaar
Naar boven