Om de jaarlijkse mestproductie te bepalen op een bedrijf, voorziet het Mestdecreet forfaitaire uitscheidingscijfers voor iedere diercategorie die u moet aangeven. U kunt voor varkens en pluimvee kiezen om de forfaitaire cijfers niet te gebruiken, maar om te werken met de reële uitscheidingscijfers die bepaald worden op basis van een nutriëntenbalansstelsel.
Voor ieder toegepast nutriëntenbalanstype moet u stavingstukken bijhouden, die de aangegeven mestuitscheidingscijfers en het gebruikte balanstype aantonen.
Let op: als u op al uw exploitaties van een bedrijf samen meer dan 200 andere varkens (dit zijn mestvarkens én andere varkens > 110 kg) houdt, moet u voor alle varkenscategorieën een nutriëntenbalansstelsel toepassen. De forfaitaire uitscheidingscijfers toepassen is niet toegelaten.
Er zijn drie stelsels:
De regressierechte 2011
Voor alle varkenscategorieën en de meeste pluimveecategorieën is er een lineair verband tussen de opname van ruw eiwit (RE) en fosfor (P) en de uitscheiding van N en P2O5. Dit verband werd vastgelegd in regressierechten.
|
diercategorie |
difosforpentoxide (P2O5)-uitscheiding (kg/dier/jaar) |
stikstof (N)-uitscheiding (kg/dier/jaar) |
|
biggen met een gewicht van 7 tot 20 kg |
Y = 1,65 X – 0,819 |
Y = 0,10 X – 1,322 |
|
andere varkens met een gewicht van 20 tot 110 kg |
Y = 1,94 X – 1,698 |
Y = 0,13 X - 3,046 |
|
andere varkens met een gewicht groter dan 110 kg |
Y = 1,8503 X + 0,344 |
Y = 0,133 X - 0,2208 |
|
zeugen, inclusief biggen met een gewicht kleiner dan 7 kg |
Y = 1,8503 X + 0,344 |
Y = 0,133 X - 0,2208 |
|
beren |
Y = 1,8503 X + 0,344 |
Y = 0,133 X - 0,2208 |
|
legkippen |
Y = 2,2254 X –0,.0606 |
Y = 0,1496 X – 0,2455 |
|
Legkippen ouderdieren |
Y = 2,2606 X – 0,0587 |
Y = 0,1548 X – 0,2305 |
|
opfokpoeljen van legkippen |
Y = 2,2277 X – 0,0512 |
Y = 0,1492 X - 0,1149 |
|
slachtkuikens |
Y = 2,334 X – 0,196 |
Y = 0,1541 X – 0,5283 |
|
slachtkuiken ouderdieren |
Y = 2,2606 X – 0,0587 |
Y = 0,1517 X – 0,1918 |
|
opfokpoeljen van slachtkuiken ouderdieren |
Y = 2,2152 X – 0,0770 |
Y = 0,1571 X – 0,1705 |
In de bovenstaande tabel vindt u de regressierechten,
waarbij:
y = de productie (in kg) is van respectievelijk difosforpentoxide en stikstof per dier en per jaar
x = het verbruik (in kg) is van respectievelijk fosfor (P) en ruw eiwit (RE) per dier en per jaar
Het verbruik in kg (X) van respectievelijk P (XP) en ruw eiwit (XRE) per dier per jaar wordt berekend door het totale verbruik van P en ruw eiwit in een jaar te delen door de gemiddelde veebezetting.
Het totale verbruik van P en ruw eiwit in een jaar = hoeveelheid aangekochte voeders (uitgedrukt in kg P en kg ruw eiwit) + hoeveelheid op het bedrijf geproduceerde voeders (uitgedrukt in kg P en kg ruw eiwit) + beginvoorraad voeders of grondstoffen (uitgedrukt in kg P en kg ruw eiwit) - eindvoorraad voeders of grondstoffen (uitgedrukt in kg P en kg ruw eiwit).
Aan de hand van de verbruikte voeders en de regressierechten kan u de reële uitscheidingscijfers berekenen. De berekening, de facturen van de geleverde voeders of het overzicht van de geleverde voeders en het voederregister per diercategorie dient u samen met uw aangifte in.
In de toelichting bij de jaarlijkse Mestbankaangifte vindt u voorbeelden van de berekening van de uitscheidingscijfers aan de hand van de regressierechte en informatie over hoe u de aangifte moet invullen en welke bijlagen u moet meesturen.
Naar boven
Het convenant
Voor alle categorieën varkens en voor slachtkuikens produceert de mengvoedersector aangepaste voeders, de zogenaamde laagfosfor- en laageiwitvoeders. Die voeders hebben een lagere fosfaatinhoud of ruwe eiwitinhoud dan traditionele voeders. Als u laagfosfor- of laageiwitvoeder gebruikt, kan u kiezen voor het nutriëntenbalansstelselconvenant. De convenantuitscheidingscijfers die de Mestbank voor productiejaar 2011 gebruikt om uw dierlijke productie te bepalen vindt u in de onderstaande tabel.
Meer uitleg hierover vindt u op de pagina over voeders.
Convenantcijfers productiejaar 2011
|
diersoort |
diercategorie |
convenantcijfers |
|
(P2O5)-uitscheiding kg/dier/jaar |
N-uitscheiding kg/dier/jaar
|
|
varkens
|
biggen van 7 tot 20 kg |
1,22 |
NVT |
|
beren |
12,00 |
23,5 |
|
zeugen, incl. biggen van minder dan 7 kg |
12,00 |
23,5 |
|
andere varkens met een gewicht van 20 tot 110 kg |
4,76 |
11,87 |
|
andere varkens van meer dan 110 kg |
12,00 |
23,5 |
|
pluimvee |
slachtkuikens |
0,20 |
0,55 |
- Gebruikt u voeders die vallen onder het laagfosforconvenant (VVC-P) en dus minder fosfor bevatten?
- De convenantcijfers gelden voor de berekening van de P2O5-uitscheiding.
- De forfaitaire cijfers gelden voor de berekening van de N-uitscheiding.
- Gebruikt u voeders die vallen onder het laageiwitconvenant (VVC-N) en dus minder ruw eiwit bevatten?
- De convenantcijfers gelden voor de berekening van de N-uitscheiding.
- De forfaitaire cijfers gelden voor de berekening van de P2O5-uitscheiding.
- Gebruikt u nutriëntenarme voeders (VVC-N+P) en dus minder ruw eiwit en fosfor bevatten?
- De convenantcijfers gelden voor de berekening van de P2O5-uitscheiding.
- De convenantcijfers gelden voor de berekening van de N-uitscheiding.
Als u voor een bepaalde diercategorie hebt gekozen om laagfosforvoeder, laageiwitvoeder of nutriëntenarm voeder te gebruiken, moet u alle dieren van die diercategorie op uw exploitatie gedurende het volledige kalenderjaar uitsluitend voederen met respectievelijk laagfosforvoeder, laageiwitvoeder of nutriëntenarm voeder.
Voorbeeld: als u voor de mestvarkens voor nutriëntenarm voeder kiest, moeten alle mestvarkens gedurende het hele kalenderjaar uitsluitend gevoederd worden met nutriëntenarm voeder. U kunt niet bijvoederen met eigen of ander voeder.
Let op: de hoeveelheid convenantvoeder is beperkt tot een wettelijk vastgelegde maximumopname per dier.
Maximale voederhoeveelheden bij convenant 2011
|
diercategorie |
omschrijving in het convenant laagfosforvoeder en in het convenant laageiwitvoeder |
hoeveelheid voeder kg/dier/jaar |
|
biggen van 7 tot 20 kg |
biggen van 7 tot 20 kg |
206 |
|
beren |
beren |
1050 |
|
andere varkens van 20 tot 110 kg |
andere varkens van 20 tot 40 kg andere varkens van 40 tot 11 kg |
700 |
|
zeugen, incl. biggen van minder dan 7 kg |
zeugen, incl. biggen van minder dan 7 kg |
1050 |
|
andere varkens van meer dan 110 kg |
andere varkens van meer dan 110 kg |
1050 |
|
slachtkuikens |
braadkippen tot 2 weken braadkippen vanaf 2 weken |
34,7 |
Hoe u de aangifte moet invullen als u het veevoederconvenant hebt toegepast staat in de toelichting bij de jaarlijkse Mestbankaangifte. U vindt daar meer uitleg over de bijlagen die u moet meesturen als u voor dit type van nutriëntenbalanstype kiest.
Naar boven
Andere voeders of voedertechnieken
Dit nutriëntenbalansstelsel berust op een input- of outputbalans. Als u met dit stelsel wil starten moet u dat vooraf aanvragen met een onderbouwing van de aanvraag.
De input wordt bepaald door een begininventaris van voeders en dieren op het moment van de overname en de aanvoer van voeders, dieren en eventueel strooisel. De output wordt bepaald door de afvoer van levende dieren, sterfte en eventueel voeders enerzijds en de eindinventaris op 31 december van aanwezige voeders en dieren anderzijds. Het verschil tussen input en output geeft de hoeveelheid stikstof en fosfaat die op het bedrijf effectief geproduceerd wordt.
Zowel voor de stikstof- en fosfaatinhoud van de dieren, als voor de voeders worden specifieke coëfficiënten voorzien. Tabellen met die coëfficiënten kunt u aanvragen bij de Mestbank. De op het bedrijf geproduceerde voeders die verbruikt worden, moeten gewogen worden op erkende weeginstallaties. Bij de aangiften moet u de volledige nutriëntenbalans voegen.
Naar boven