top nav tools left nav
Siteoverzicht Contact Home

Overname van NER-D 


Overname NER-D
NER-D kunnen vrij verhandeld worden tussen landbouwers. Bij een overname neemt een landbouwer NER-D over van een andere landbouwer. Een landbouwer kan één of meerdere soorten NER-D tegelijk overdragen en per soort kan hij kiezen hoeveel NER-D hij overdraagt. Hij moet per overdrachtsdossier wel minstens 200 NER-D overdragen.

Als u NER-D wilt kopen, informeert u zich best bij landbouwadviesbureaus, veevoederfabrieken of bekijkt u de aanbiedingen in de landbouwpers. De Mestbank onderhandelt niet in de aan– of verkoop van nutriëntenemissierechten en de eventuele prijs. Ze regelt enkel de uiteindelijke overdracht van de NER-D naar de overnemer.

Top

Soort overname
Bij een overname van NER-D worden 25 % van het aantal over te dragen NER-D geannuleerd. Bij de volgende overnames van NER-D past de Mestbank echter geen annulering van 25 % toe:

  • een overname waarbij overeenkomstig 25 % van de overgenomen NER-D aan mest verwerkt wordt door de overnemer. De verwerkte mest moet bedrijfseigen mest zijn en die hoeveelheid moet jaarlijks verwerkt worden. Dat wil zeggen dat de overnemer die hoeveelheid te verwerken mest jaarlijks moet exporteren of naar een verwerkingsinstallatie moet voeren. Bovendien moeten jaarlijks de nodige mestverwerkingscertificaten (MVC) tijdig op de certificatenrekening staan. U mag enkel mestverwerkingscertificaten gebruiken van hetzelfde jaar van verwerking als uw plicht.
  • een overname in het kader van een eerste installatie waarbij de overnemer jonger is dan 40 jaar en nog niet beschikt over een eigen bedrijf
  • een overname in het kader van een melkquotumoverdracht
  • een overname aan een landbouwer waarbij elke (rechts)persoon van de overnemer aan één van deze voorwaarden voldoet:
    • De overnemer is een bloed- of aanverwant in de nederdalende lijn van de overlater (zoon, dochter, kleinzoon, kleindochter).
    • De overnemer is een bloed- of aanverwant in de tweede graad in de zijlijn van de overlater (broer, zus).
    • De overnemer is de echtgenoot of echtgenote van de overlater.
    • De overnemer is een bloed- of aanverwant in de opgaande lijn van de overlater als die laatste lange tijd ziek is of overleden is.
    • De overnemer is een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid waarvan minstens 80 % van de aandelen eigendom zijn van de 4 hierboven beschreven personen en waarvan de zaakvoerder, beherend vennoot of bestuurder iemand van de 4 hierboven beschreven personen is.

Top

Overnamedatum
De overnamedatum is ten vroegste 1 dag na de ontvangst van het overnamedossier door de Mestbank. U kunt geen overnamedatum in het verleden kiezen.

Uitzondering: overname in het kader van melkquotumoverdracht waarbij de overnamedatum ten vroegste de datum van melkquotumoverdracht is.

Top

Indienen aanvraag overname NER-D
De overnemer en de overlater vullen samen het formulier Aanvraag overname van nutriëntenemissierechten (NER-D) in. Nadat het is ondertekend door beide partijen, moet het worden bezorgd aan de Mestbank in de provincie van de overnemer. In bepaalde gevallen moeten bijlagen bij het formulier gevoegd worden.  De Omrekeningstabel van dieren naar NER-D vindt u hier.

Overdracht van NER-D aan één landbouwer
Bij een overdracht van één of meerdere soorten NER-D aan één landbouwer moet slechts één overnameformulier ingevuld worden.

Overdracht van NER-D aan meerdere landbouwers
Bij een overdracht van NER-D aan meerdere landbouwers, moet elke overnemende landbouwer een overnameformulier indienen.

Top

Reducties bij de afhandeling van het overnamedossier
Er kunnen drie reducties op het aantal over te dragen NER-D van toepassing zijn:

  • reductie op basis van de niet-bewezen mestafzet
  • reductie van 25 %
  • reductie op basis van het aantal niet-ingevulde NER-D.

Niet-bewezen mestafzet
De Mestbank berekent de mestbalans op basis van de aangiften van de drie gekende kalenderjaren vóór het jaar van overname van de NER-D. Ze berekent enkel de mestafzet voor het overlatende bedrijf. Het percentage niet-bewezen mestafzet wordt per kalenderjaar berekend op basis van het nutriënt P2O5. Op basis van die berekening bepaalt de Mestbank het gemiddelde percentage van de niet-afgezette mest. Bij een niet-correcte mestafzet worden de over te nemen NER-D verminderd met het gemiddelde percentage van de niet correct afgezette mest.

Reductie van 25 %
De reductie van 25 % op het aantal over te dragen NER-D is alleen van toepassing als u een standaardovername met 25 % reductie aanvraagt.

Niet-ingevulde NER-D
De Mestbank annuleert de niet-ingevulde NER-D bij een:

  • overnamedossier met reductie van 25 % van de overgenomen NER-D 
  • overnamedossier waarbij 25 % van de overgenomen NER-D wordt verwerkt

Bij het onderzoek naar het aantal niet-ingevulde NER-D, gaat de Mestbank na hoeveel NER-D op het bedrijf effectief met dieren ingevuld zijn. Ze baseert zich daarvoor op de gegevens van de laatste drie gekende kalenderjaren vóór het jaar van overname.

De Mestbank berekent de niet-ingevulde NER-D op bedrijfsniveau voor de drie gekende kalenderjaren vóór het jaar van overname NER-D. Ze berekent de niet-ingevulde NER-D per kalenderjaar. Op basis van die berekening bepaalt de Mestbank het gemiddelde percentage van de niet-ingevulde NER-D. De reductie op basis van niet-ingevulde NER-D gebeurt enkel als er na een eventuele reductie door niet-bewezen mestafzet en na een reductie van 25 % nog steeds niet-ingevulde NER-D overblijven.

Als de Mestbank de invulling van de nutriëntenemissierechten berekent, houdt ze nu ook rekening met voorgaande overdrachten die betrekking hadden op dezelfde nutriëntenemissierechten.

Top

Volgorde van de reducties
De Mestbank past de reducties in deze volgorde toe:

  1. reductie op basis van niet-bewezen mestafzet
  2. reductie van 25 % of verwerking van 25 %. Die reductie wordt berekend na de vermindering van de over te nemen NER-D met de eventuele niet-bewezen mestafzet. 
  3. reductie van de niet-ingevulde NER-D op de bruto over te nemen NER-D. De reductie op basis van niet-ingevulde nutriëntenemissierechten gebeurt alleen als er na een eventuele reductie op basis van niet-bewezen mestafzet en na de reductie van 25 % of na de verwerking van 25 % er nog steeds niet-ingevulde nutriëntenemissierechten overblijven. De over te nemen NER-D worden dan bijkomend gereduceerd tot het aantal ingevulde NER-D.

Om het totaal aantal over te nemen NER-D te kennen bij een overname met 25 % mestverwerking, volgt u de werkwijze die wordt beschreven in voorbeeld 3.

Top

Welke diersoort(en) mogen landbouwers houden na een overname?

Welke diersoort(en) kan de overnemende landbouwer houden?
Na een overname van NER-D kan de overnemende landbouwer beschikken over 2 types NER-D:

  • vrij invulbare NER-D: met die NER-D kunt u alle diersoorten houden. NER-D zijn vrij invulbaar in 2 situaties.
  • vaste NER-D: met die NER-D kunt u slechts een beperkt aantal diersoorten houden. Vaste NER-D kunt u steeds invullen met de diersoort ‘Andere’. Met de diersoort ‘Andere’ worden paarden, schapen, geiten, nertsen en konijnen bedoeld. NER-D zijn vast in 4 situaties.

Als vrij invulbare NER-D worden overgedragen aan een landbouwer, zijn bij bepaalde types overdrachten die NER-D niet meer vrij invulbaar met eender welke diersoort en worden die NER-D vaste NER-D.

Als vaste NER-D worden overgedragen aan een landbouwer, dan blijven die NER-D altijd vast.

Welke diersoort(en) kan de overlatende landbouwer houden?

  • Als een landbouwer in 2007 of 2008 NER's van een bepaalde diersoort overdroeg, moest de overgelaten diersoort stopgezet worden op het bedrijf vanaf de overdrachtsdatum van de NER's. Als de landbouwer na de overdracht nog NER's van een andere diersoort had, werden die overige NER's vaste NER's. Met die vaste NER's kon hij elke diersoort houden behalve de overgelaten diersoort. Een uitzondering daarop was bij een gedeeltelijke overdracht van NER's. Als slechts een deel van de NER-DR werd overgedragen, moest die diersoort niet stopgezet worden op het bedrijf.
  • Door het decreet van 12 december 2008 moet de overlater de overgedragen diersoort niet meer stopzetten op zijn bedrijf. Deze regelgeving is van toepassing op de overdrachten ingediend vanaf 14 februari 2009.
  • Met het decreet van 23 december 2010 moet de overlater bij de overdrachten van NER-D ingediend vóór 14 februari 2009, eveneens de overgedragen diersoort(en) niet meer stopzetten. Bij de berekening van de NER-boete wordt hiermee rekening gehouden.
  • Bij de overlatende landbouwer verandert er niets na een overdracht van NER-D. Hij kan de NER-D die hij nog heeft invullen met dezelfde diersoorten als voor de overdracht.

Top

NER-D zijn vast in vier situaties
Deze NER-D zijn vast:

  1. alle overgenomen NER-D waarop de reductie van 25 % wordt toegepast
  2. alle overgenomen NER-D met mestverwerking van 25 % van de overgenomen NER-D
  3. alle overgenomen NER-D in het kader van een melkquotumoverdracht
  4. alle initieel toegekende NER-D van de overnemer die van dezelfde soort zijn als de overgenomen soort NER-D zoals vermeld in punt 1 tot en met punt 3
  5. alle tijdelijke NER-D

Voorbeeld bij punt 4
Een landbouwer heeft bij de toekenning twee soorten NER-D, namelijk NER-DR en NER-DV. Hij kan daarmee elke diersoort houden. De landbouwer neemt NER-DR over van een andere landbouwer in het kader van een melkquotumoverdracht. Met de overgenomen NER-DR kan hij enkel runderen houden. Met de initieel toegekende NER-DR kan hij enkel rundvee houden aangezien dezelfde soort NER-D, namelijk NER-DR, wordt overgenomen. Met de initieel toegekende NER-DV kan hij nog steeds elke diersoort houden (runderen, varkens, pluimvee, …).

Top

NER-D blijven vrij invulbaar in 2 situaties
NER-D zijn vrij invulbaar in deze twee situaties:

  1. initieel toegekende NER-D als de initieel toegekende soort NER-D niet overeenkomt met de overgenomen soort NER-D
  2. overgenomen NER-D die niet overgenomen werden in kader van reductie van 25 % of in kader van 25 % mestverwerking (bijv. eerste installatie).

Top

 

top
Copyright 2010, Vlaamse Landmaatschappij
Disclaimer | Siteoverzicht
Vlaamse overheid