top nav tools left nav
Siteoverzicht Contact Home

De bemesting van fruitbomen volgens de mestwetgeving 

Hieronder vindt u informatie over de bemesting van fruitbomen zoals appelen-, peren-, kersen-, krieken- en notenbomen. De teelt van kleinfruit, zoals aardbeien, bramen, frambozen en bosbessen of andere gewassen komt hier niet aan bod. De informatie op deze pagina vindt u integraal terug in de brochure De bemesting van fruitbomen volgens de mestwetgeving (3,42 MB).

 

Welke maximale bemestingsnormen zijn van toepassing?
Fruitbomen behoren tot de gewasgroep “Gewassen met een lage stikstofbehoefte”. De maximale bemestingsnorm voor fosfaat (P2O5) bedraagt 80 kg per ha per jaar en voor stikstof (N) 125 kg per ha per jaar. Voor stikstof mag de norm volledig ingevuld worden met dierlijke mest, andere meststoffen, kunstmest of een combinatie daarvan.

Het gebruik van fosfaat uit kunstmest is verboden. Uitzonderlijk mag voor fruitbomen 50 kg P2O5 uit kunstmest per ha per jaar toegediend worden om teelttechnische redenen. De volledige bemestingsnorm van 80 kg P2O5 per ha per jaar invullen met fosfaat uit kunstmest kan enkel met een toelating van de Mestbank.

Een voorbeeld
U brengt op 1 ha 10 ton stalmest op. Gemiddeld bevat stalmest per ton 7,1 kg N en 2,9 kg P2O5, waardoor in totaal 71 kg N en 29 kg P2O5 is opgebracht per ha.
U kunt nog aanvullen met 54 kg N per ha uit kunstmest (125 kg N totaal) en 50 kg P2O5 per ha uit kunstmest om teelttechnische redenen. Op de maximale bemestingsnormen kunnen bijkomende beperkingen rusten, zoals bij fosfaatverzadigde percelen of percelen met nulbemesting. U vindt die terug in het overzicht van de bemestingsregimes dat de Mestbank u jaarlijks opstuurt. In de brochure Normen en richtwaarden, die u samen met dat overzicht krijgt, vindt u de desbetreffende maximale bemestingsnorm terug.

Top

Hoe meststoffen gebruiken in een meerjarig perspectief?
Voor sommige meststoffen kunt u een afwijking verkrijgen op de maximale hoeveelheden stikstof en fosfaat die u per ha landbouwgrond en per jaar mag opbrengen. Die afwijking mag echter niet tot gevolg hebben dat hierdoor binnen een meerjarig perspectief van maximum drie jaar meer stikstof en fosfaat worden toegediend dan toegelaten volgens de bemestingsnormen.
Dit is een interessante mogelijkheid voor een fruitteler bij de (her)aanplant van een boomgaard.

Sommige meststoffen zoals papierslib, schuimaarde, compost,… bevatten N in zo’n vorm dat slechts een beperkt gedeelte van de totale N vrijkomt in het jaar van opbrenging. De producent kan voor die meststof een attest verkrijgen, waardoor u die meststof mag inzetten in een meerjarig perspectief, mits naleving van een aantal voorwaarden. Dierlijke mest komt hiervoor niet in aanmerking. In het meerjarig perspectief mag u maximaal de hoeveelheid van 3 jaar opbrengen. Voor fruitbomen betekent dat concreet 375 kg N per ha, zijnde 3 keer 125 kg N.
Als u hiervan gebruikmaakt, moet u de hoeveelheid N die u op die manier opbrengt in mindering brengen tijdens de volgende jaren.

Een voorbeeld
U brengt op 1 ha 20 ton van een geattesteerde andere meststof op (12 kg N/ton), dit is dus 240 kg N. U mag in 3 jaar maximaal 125 * 3 = 375 kg N/ha opbrengen, waardoor er nog een marge bestaat van 135 kg N/ha. Die 135 kg N/ha kunt u gelijk verdelen over de 3 jaar waardoor de jaarlijkse ruimte voor N uit kunstmest nog 45 kg bedraagt. Dezelfde berekening geldt voor fosfaat.

De voorwaarden voor het gebruik van het meerjarig perspectief zijn:

  • Bij bemesting met deze meststof mag u maximaal 76,5 kg minerale N per ha toedienen. Op het attest van de producent dat u heeft ontvangen samen met het mestafzetdocument, staat de hoeveelheid minerale N per ton vermeld.
  • Tijdens opbrenging is er een gewas aanwezig of binnen de 30 dagen is er een gewas ingezaaid of geplant.
  • Tijdens opbrenging is een kopie van het attest aanwezig.
  • Via de verzamelaanvraag (ALV) duidt u de betrokken percelen aan.

Top

Wat met compost op percelen met een te laag koolstofgehalte?
Op een perceel met een laag koolstofgehalte mag u boven op de toegestane bemestingsnorm 10 ton GFT-compost of 15 ton groencompost per ha opbrengen voor fruitbomen. De compost moet drager zijn van een VLACO-keuringsattest.

Een perceel heeft een te laag koolstofgehalte als het percentage koolstof in de bodem:

  • lager is dan 1,8 voor zandgronden
  • lager is dan 1,6 voor poldergronden
  • lager is dan 1,2 voor gronden die geen zand- of poldergronden zijn

Via de verzamelaanvraag (ALV) stelt u de Mestbank in kennis van het perceel of de percelen waarvoor u gebruik wilt maken van deze mogelijkheid. U zorgt ervoor dat u beschikt over een bodemanalyse, die maximaal drie jaar oud is en uitgevoerd is door een erkend laboratorium. Daaruit blijkt dat het betrokken perceel een laag koolstofgehalte heeft. Het bodemstaal moet genomen zijn tot een diepte van 23 cm. Tevens moet u beschikken over een nitraatresiduanalyse van een erkend laboratorium die in de voorafgaande periode van 1 oktober tot en met 15 november is genomen. Uit deze analyse moet blijken dat het residu van het betrokken perceel maximaal 90 kg nitraatstikstof/ha bedraagt.

De Mestbank beide analyses (koolstofgehalte en nitraatresidu) opvragen bij u binnen de 30 kalenderdagen die volgen op de brief van de Mestbank.

Op hetzelfde perceel kunt u maximaal één keer per drie kalenderjaren extra compost toedienen.

Top

Wanneer mogen meststoffen toegediend worden?
Hieronder leest u per meststof die stikstof of fosfaat bevat, wanneer u mag bemesten bij fruitbomen.


Dierlijke mest (stalmest, mengmest, champost, …):

  • mag u toedienen van 16 februari tot en met 31 augustus
  • mag u in de landbouwstreek Polders toedienen van 16 februari tot en met 14 oktober.
  • mag u in het geval van stalmest en champost toedienen van 16 januari tot en met 14 november
  • die bewerkt is en vergezeld is van een attest waaruit blijkt dat het gehalte aan N laag is
    of waarvan een beperkt gedeelte van de N vrijkomt in het jaar van opbrenging,
    mag u gedurende het hele jaar opbrengen

En dit telkens:

  • tussen zonsopgang en zonsondergang
  • van maandag tot en met zaterdag, maar niet op feestdagen
  • in de Noordzeekustzone van maandag tot en met vrijdag

Andere meststoffen (gft- of groencompost, slib, schuimaarde, …):

  • mag u toedienen van 16 februari tot en met 31 augustus
  • vergezeld van een attest waaruit blijkt dat het gehalte aan stikstof laag is of waarvan een beperkt gedeelte van de stikstof vrijkomt in het jaar van opbrenging, mag u gedurende het hele jaar opbrengen

En dit telkens:

  • tussen zonsopgang en zonsondergang
  • van maandag tot en met zaterdag, maar niet op feestdagen
  • in de Noordzeekustzone van maandag tot en met vrijdag

Kunstmest (ammoniumnitraat, ureum, ...):

  • mag u toedienen van 16 februari tot en met 31 augustus
  • mag u toedienen van 1 september tot en met en 14 november, met een maximum van
    40 kg N per ha voor fruitbomen

En dit telkens:

  • tussen zonsopgang en zonsondergang
  • op elke dag van de week en elke feestdag

Stalmest is een mengsel van stro en uitwerpselen van runderen, paarden, schapen of varkens.
Champost is afgeoogste champignoncompost die overblijft na het telen van champignons.

Top

Op welke wijze moet u de meststoffen toedienen?
Meststoffen bevatten in de regel ammoniakale stikstof. Tijdens en na het opbrengen vervluchtigt een deel van die stikstof. Om de vervluchtiging van ammoniakale stikstof zo veel mogelijk tegen te gaan, moet u welbepaalde technieken toepassen. Men spreekt van emissiearme aanwending van mest. Die technieken zijn erop gericht dat de ammoniakale stikstof zo kort mogelijk in contact komt met de lucht, waardoor zo weinig mogelijk ammoniak ontstaat. Ammoniak is een gas en is verloren voor de teelt.


De volgende mestsoorten moet u niet emissiearm aanwenden noch bij fruitbomen, noch bij aanplant:

  • kunstmest
  • effluent van mestverwerking met een attest voor een uitzondering op de onderwerkplicht
  • spuistroom van de grondloze tuinbouw
  • compost

Op een beteeld perceel (fruitbomen) gelden de volgende bepalingen:

  • Stalmest en champost moet u niet onderwerken.
  • Andere soorten vaste dierlijke mest (zoals pluimveemest) en vaste andere meststoffen, moeten ondergewerkt worden en zijn daardoor niet mogelijk op een beteeld perceel.
  • Voor vloeibare dierlijke mest en vloeibare andere meststoffen zijn mestinjectie en sleeplangtechniek toegestaan op de zwarte strook. Zode-injectie, sleepslangtechniek en sleufkouter zijn toegestaan op de grasstrook. De sleepslangtechniek is het meest aangewezen op de zwarte strook aangezien dit geen wortelbeschadiging teweegbrengt.

Op een niet-beteeld perceel (voor een aanplant) gelden de volgende bepalingen:

  • Voor vloeibare en vaste mest, zowel dierlijke mest als andere meststoffen, zijn injectie en breedwerpig spreiden gecombineerd met onderwerking binnen de twee uur (op zaterdag onmiddellijk) toegestaan als emissiearme technieken om de mest aan te wenden.
  • Voor stalmest en andere meststoffen die arm zijn aan ammoniakale stikstof volstaat het om onder te werken binnen de 24 uur na breedwerpig spreiden. Arm aan ammoniakale N betekent dat minder dan 20 % van de stikstof ammoniakaal is. Niet alle stalmest voldoet aan deze voorwaarde. Enkel een analyse geeft daar uitsluitsel over. U hoeft evenwel geen attest aan te vragen. Stalmest is een mengsel van stro en uitwerpselen van runderen, paarden, schapen of varkens. Champost is afgeoogste champignoncompost die overblijft na het telen van champignons. 

Top

Hoe mest aanwenden op een hellend perceel?
Op steile hellingen gelden heel specifieke bepalingen voor het aanwenden van mest. Een helling is steil als het hellingspercentage meer dan 8 % bedraagt, dat is 8 cm per lopende meter.


Op een helling van meer dan 8 % gelden de volgende bepalingen:

  • beteeld (fruitbomen):
    • Vloeibare dierlijke mest en vloeibare andere meststoffen
      mag u uitsluitend toepassen met injectie. Dat betekent dat
      sleepslangtechniek niet kan.
    • Het gebruik van vaste dierlijke mest, zoals stalmest, is niet
      toegestaan.
    • Het gebruik van vaste andere meststoffen is niet toegestaan,
      behalve compost.
    • Het gebruik van kunstmest is toegestaan.
  • niet-beteeld (voor een aanplant):
    • Dierlijke mest moet geïnjecteerd of direct ondergewerkt worden in één werkgang. Direct en in één werkgang betekent concreet dat het toestel dat de mest spreidt op de voet gevolgd wordt door een tractor die inwerkt.
    • Vloeibare kunstmest en vloeibare andere meststoffen, moeten direct ondergewerkt worden in één werkgang.
    • Vaste kunstmest en vaste andere meststoffen, moeten binnen het uur ondergewerkt zijn.

Op een helling van 18 % of meer gelden de volgende bepalingen:

  • beteeld (fruitbomen):
    • Vloeibare andere meststoffen mag u uitsluitend toepassen met injectie.
    • Het gebruik van vaste andere meststoffen is niet toegestaan, behalve compost.
    • Het gebruik van dierlijke mest en kunstmest is niet toegestaan.
  • niet-beteeld (voor een aanplant):
    • Vloeibare andere meststoffen, moeten direct ondergewerkt worden in één werkgang.
    • Vaste andere meststoffen moeten binnen het uur ondergewerkt zijn.
    • Het gebruik van dierlijke mest en kunstmest is niet toegestaan.

Top

In welke situaties mag u niet bemesten?
Op percelen die drassig, ondergelopen, bevroren of besneeuwd zijn, mag niet bemest worden.
Langs waterlopen van eerste, tweede en derde categorie mag niet bemest worden:

  • in een strook van 5 meter
  • in een strook van 10 meter als de waterloop gelegen is in het Vlaams Ecologisch Netwerk
  • in een strook van 10 meter als de waterloop grenst aan een helling

De bedoelde waterlopen zijn zowel de bevaarbare als onbevaarbare waterlopen zoals ingedeeld in de wet van 28 december 1967. De bovenstaande afstanden worden gemeten vanaf de bovenste rand van de talud, wat door de onderstaande tekening wordt verduidelijkt.

 

Top

Hoe mest tijdelijk opslaan op de kopakker?
Vaste dierlijke mest en vaste andere meststoffen zoals stalmest, champost en slib, mag u tijdelijk opslaan op de kopakker voor ze gespreid worden. Dat kan ook voor vloeibare meststoffen zoals mengmest, maar dan wel in een tijdelijke opslag zoals een oprolbare mestzak. U moet er wel op toezien dat die opslag maximaal drie maanden duurt en enkel bestemd is voor het aanliggende perceel. Als u van plan bent de mest langer dan drie maanden op te slaan of u slaat bijvoorbeeld de meststoffen voor het hele bedrijf op één locatie op, dan moet u een milieuvergunning aanvragen of een melding doen bij de gemeente. Voor meer informatie kunt u terecht bij uw gemeente.

Bij het opslaan zelf houdt u rekening met de volgende regels:

  • De afstand tot de perceelsgrens en het oppervlaktewater bedraagt minstens 10 meter. Bij regen voorkomt dit afvloei van mestsappen buiten uw perceel. Let vooral bij hellende percelen op, aangezien u in alle omstandigheden verantwoordelijk bent om te voorkomen dat mestsappen afvloeien buiten uw perceel ook al heeft u de afstandregel gerespecteerd.
  • De afstand tot woningen van derden bedraagt minstens 100 meter. Dat minimaliseert de geurhinder.

Top

Wat zijn de administratieve formaliteiten bij het ontvangen van mest?
Er zijn twee manieren om dierlijke mest of andere meststoffen te ontvangen van een ander bedrijf.

Burenregeling
Als u dierlijke mest of champost ontvangt van een veeteler of champignonteler op uw percelen die liggen in dezelfde gemeente of aangrenzende gemeente als de stal of loods waar de mest of champost vandaan komt, dan mag dat met een burenregeling.

Een burenregeling is een schriftelijke overeenkomst tussen u en de aanbieder van de mest die u of de aanbieder vooraf aan de Mestbank bezorgt. In de overeenkomst staat de hoeveelheid mest en de periode waarin de mest wordt overgedragen.

Hoe het transport plaatsvindt, op welke dag en wie instaat voor het transport zijn onderlinge afspraken.

Een gelijkaardige regeling, Overeenkomst voor de afzet van spuistroom, geldt voor spuistroom afkomstig van tuinbouwers met grondloze teelten.


Mestafzetdocument
U kunt steeds dierlijke mest of andere meststoffen ontvangen via een erkende mestvoerder. Hij maakt een mestafzetdocument op en zorgt voor registratie bij de Mestbank via het Mest Transport Internet Loket (MTIL), met vermelding van de wijze van transport en de dag van het transport. U ondertekent dat mestafzetdocument als u de mest ontvangt. Ten slotte ontvangt u een dubbel van het mestafzetdocument dat door de aanbieder, de vervoerder en uzelf is ondertekend.

U kunt via het Mest Internet Loket (MIL) de mesttransporten naar uw bedrijf van week tot week raadplegen. Voor uw persoonlijke toegang, neemt u contact op met uw provinciale dienst van de Mestbank. De Mestbank bezorgt u jaarlijks twee tussentijdse rapporten en een eindrapport van uw mesttransporten van het voorbije kalenderjaar.

Top

top
Copyright 2010, Vlaamse Landmaatschappij
Disclaimer | Siteoverzicht
Vlaamse overheid