Natuurcompensaties in twee gebieden
In het deelgebied Kwetshage (90 ha) werd 45,7 ha rietmoeras en ongeveer 15 ha poldergrasland gerealiseerd als natuurcompensatie voor de uitbreiding van de Achterhaven van Zeebrugge. Een gebiedsdekkende vernatting van het gebied werd doorgevoerd om rietmoeras te bekomen. Door de inrichting zal een oppervlakte van ongeveer 37 ha historisch permanent grasland ontwikkelen naar rietmoeras.
Om de oppervlakte historisch permanent grasland te behouden, werd in Kwetshage 15 ha akkerland omgezet naar poldergrasland. Door de algemene vernatting van het gebied en bijkomende inrichtingswerken in combinatie met een gepast beheer, zal deze 15 ha kunnen evolueren naar soortenrijk poldergrasland. De overige 22 ha van het historisch permanent grasland zijn in het deelgebied Meetkerkse Moeren ontwikkeld vanuit bestaand akkerland, eveneens door de combinatie van vernatting en gepaste inrichtingswerken.
Bijkomend werd in Kwetshage nog 4 ha bestaand grasland opgewaardeerd als realisatie van de natuurcompensaties voor de aanleg van de autosnelweg A11. In totaal moest hiervoor 32 ha natuur worden gecompenseerd. 24 ha is gerealiseerd op grondgebied Damme. In Kwetshage is in 2012 al 4 ha rietmoeras ingericht op de plaats waar de niet-gebruikte snelwegbrug werd afgebroken. Door de bijkomende inrichting van 4 ha werd ook de doelstelling voor de natuurcompensaties voor de A11 volledig afgewerkt.
Het project voor de natuurcompensaties voor de Achterhaven van Zeebrugge is in 2005 opgestart met de ondertekening van een overeenkomt tussen het Vlaamse Gewest, het havenbedrijf (toen nog MBZ , nu Haven van Antwerpen – Brugge) en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM). De deelgebieden Kwetshage en Meetkerkse Moeren zijn onderdeel van de gebieden of zoekzones waar de natuurcompensaties gerealiseerd moeten worden. Het project van de natuurcompensaties voor de A11 is gestart in 2009.
Kwetshage: nieuw leefgebied voor vogels
In het nieuwe moerasgebied Kwetshage moest nieuw leef- en jachtgebied ontwikkeld worden voor de Europees beschermde bruine kiekendief, als compensatie voor het verlies van voor deze soort geschikte habitats in de Achterhaven van Zeebrugge door de verdere ontwikkeling als havengebied. De inrichting van het gebied moest een voldoende ecologische kwaliteit geven zodat ook andere vogelsoorten waarvoor Europese natuurdoelen zijn vastgelegd, zoals roerdomp en porseleinhoen, hun gading in het gebied kunnen vinden. Het nieuwe moerasgebied zal zo een schakel worden in het Europese Natura 2000-netwerk.
Overstromingsgebied
Kwetshage fungeert als overstromingsgebied voor het opvangen van overtollig oppervlaktewater van stroomopwaarts gelegen gebieden bij hevige neerslag. Daarom moest de waterpeilverhoging noodzakelijk voor de ontwikkeling als rietmoeras beperkt blijven. Er werden daarom in combinatie met de peilverhoging grootschalige grondwerken uitgevoerd om het gebied te vernatten. Hierdoor kan het gebied kan voldoende vernatten en tegelijk als overstromingsgebied blijven werken.
De prelude: afbraak van de spookbruggen
In 2011 werden de spookbruggen in Kwetshage afgebroken. De bruggen werden er gebouwd in de zeventiger jaren van vorige eeuw als voorloper van de autosnelweg die hier moest komen. Die is er echter nooit gekomen en de bruggen bleven bijna 40 jaar ongebruikt staan. Ze hebben nu plaats gemaakt voor een waterplas en rietmoeras, als een deel van de natuurcompensaties voor de A11. Het rietmoeras op de plaats van de zgn. spookbruggen maakt nu deel uit van het grote rietmoeras in Kwetshage.

L
Links: luchtfoto 2011 : in aanloop naar de afbraak van de spookbruggen. Rechts: Luchtfoto 2016: de spookbruggen hebben plaatsgemaakt voor een waterplas met rietkragen.

2025. De voormalige site van de spookbrug na de tweede fase van de inrichting, gezien vanop het jaagpad van het kanaal Gent-Oostende:, met in het midden het rietmoeras dat in 2012 is ingericht na afbraak van de spookbruggen. Het gaat nu op in het grotere moeras.gebied.
De grote terreinwerken
Voor de omvorming van Kwetshage tot moeras waren zeer ingrijpende inrichtingsmaatregelen nodig. De werken werden in twee fasen uitgevoerd in de periode 2022 – 2025. De werken van de eerste fase zijn gestart in februari 2022 en werden afgewerkt in de zomer van 2023. De werken van de tweede fase liepen van augustus 2024 tot najaar 2025.
Tijdens de eerste fase werden twee moeraszones ontwikkeld: een moeraskern binnen de centraal gelegen kreekrug en een westelijk gelegen moeraskern rondom de oude loop van het Kwetshagezwin. Deze waterloop van tweede categorie zorgt voor de afwatering van stroomopwaarts gelegen gebieden en lag initieel voor een groot deel centraal in het natuurgebied. Om de afwatering in de toekomst te garanderen, werd de waterloop over een lengte van 600 meter verlegd naar de rand van het gebied, langs de spoorweg Brugge-Oostende en hydrologisch gescheiden van het opgestuwde natuurgebied. De oorspronkelijke bedding van de waterloop werd geïntegreerd in het rietmoeras.
In de beide moeraskernen werd gezorgd voor de ontwikkeling van een optimale combinatie van open water en waterriet, als geschikt habitat voor kritieke moerassoorten zoals roerdomp. Deze moeraskernen werden ontwikkeld via een combinatie van grondwerken en waterpeilverhoging. Voor de westelijk gelegen moeraskern rondom de oude loop van het Kwetshagezwin werd meer ingezet op afgraving om optimale condities te realiseren , aangezien in deze zone ook de meeste buffercapaciteit aanwezig is bij overstromingen. De waterpeilen na inrichting zijn in deze zone gemiddeld 40 cm lager dan de waterpeilen in de moeraskern binnen de kreekrug. Hier kan het waterpeil hoger gehouden worden zonder verlies van buffercapaciteit bij overstromingen.
Een stuw in combinatie met een windwatermolen zorgt ervoor dat het verschil in waterpeil tussen de twee gebieden kan aangehouden worden. De windwatermolen wordt ingezet om in droge periodes water te pompen naar de zone met hoger waterpeil. Hierdoor kan hier een minimum peil worden gegarandeerd.

Ook de gebieden die grenzen aan deze kerngebieden, kwamen onder een verhoogd waterpeil. Hier zijn weinig of geen grondwerken uitgevoerd. Afhankelijk van hun hoogteligging zullen ze verder ontwikkelen tot rietruigten, grote zeggenvegetaties of natte hooilanden.
Tijdens de tweede fase werd het gebied ten oosten van de voormalige site van de spookbrug onder handen genomen. Ook hier werd een optimale uitgangssituatie bekomen voor de ontwikkeling van bijkomend 20 ha ecologisch waardevol rietmoeras door een combinatie van afgraven en peilverhoging. Het rietmoeras dat zich al eerder ontwikkelde op de voormalige site van de spookbrug is na uitvoering van de werken volledig opgenomen in het grotere rietmoeras.
In totaal werd in beide fasen samen ongeveer 130.000 m3 grond afgegraven. Bijna alle uitgegraven grond werd binnen de werfzone verwerkt. Het grootste deel werd gebruikt voor de ophoging van de kreekrug. Deze hoger gelegen zone is een restant van een vroegere getijdengeul en ligt in de vorm van een hoefijzer rond de moeraskern.
Al deze maatregelen maken dat het gebied voldoende kan vernatten en tegelijk als overstromingsgebied kan blijven werken.


Links: 2022, rechts: 2024. Een bestaande gracht in het centrale gebied binnen de kreekrug heeft een ruimer profiel gekregen in krijgt een ruimer profiel in het centraal gelegen gebied binnen de kreekrug. De gracht is nog te herkennen aan de kronkelende rietkraag. Het gebied heeft een hoger waterpeil gekregen en ontwikkelt zich tot rietmoeras.

Luchtfoto 2024: De centraal gelegen moeraskern met op de voorgrond een deel van de kreekrug die hoefijzervormig rondom het rietmoeras ligt (2024).
Water- en moerasvogels gespot
De resultaten volgen: de bruine kiekendief en roerdomp hebben alvast hun stek gevonden in het gebied. Maar naast deze doelsoorten zijn er tal van andere water- en moerasvogels die in Kwetshage al een nieuw leefgebied hebben gevonden. En er zullen er ongetwijfeld nog wel volgen, want Kwetshage is ondertussen al uitgegroeid tot een kerngebied van natte natuur.
Een nieuwe wandellus
Om de bezoeker de kans te geven om voluit te genieten van het nieuwe natuurgebied met een minimum aan verstoring voor flora en fauna werd samen met de gemeente Jabbeke een nieuw wandelpad aangelegd langs de spoorweg Brugge – Oostende, tussen het oud station van Varsenare en de Kwetshagestraat. Op deze manier kan een wandellus gemaakt worden rondom een deel van het nieuwe moerasgebied.

Nieuwe brug over het Kwetshagezwin op het wandelpad langs de spoorweg..
Blue Deal en Fresh4Seas
De realisatie van de klimaatrobuuste natte natuur in Kwetshage is deels een uitvoering van de Blue Deal van de Vlaamse regering (projectprogramma natte natuur). Een deel van de werken werd uitgevoerd in het kader van het project Fresh4Cs (Interreg 2 Zeeën). In het project Fresh4Cs werden maatregelen uitgewerkt voor een duurzaam watergebruik en waterbeheer in de kustgebieden in het licht van de klimaatverandering. Hier in Kwetshage is onderzocht hoe in een poldergebied een deel van het overaanbod aan regenwater in de wintermaanden kan worden opgeslagen, in plaats van het af te voeren naar zee. Het oppervlaktewater dat zo wordt vastgehouden, infiltreert traag naar het grondwater, en maakt het mogelijk om essentiële doelstellingen voor natte natuur te verwezenlijken.

De habitatdoelstellingen in Kwetshage die werden gerealiseerd door de inrichtingswerken in de periode 2022 – 2025.
Het waterbeheer in Kwetshage met de verschillende peilvakken en de hydrologische infrastructuur.
Luchtfoto van de westelijke moeraskern: rechts aan de rand van het gebied is de nieuwe loop van het Kwetshagezwin te zien, centraal is nog de locatie van de oude loop te zien, nu geïntegreerd in het ingerichte moeras.
Inrichtingsnota voor inzet instrumenten landinrichting
Door de gebiedsdekkende en doorgedreven vernatting in het deelgebied Kwetshage, noodzakelijk om het rietmoeras te ontwikkelen, moest het volledige gebied (ongeveer 90 ha) worden verworven door de Vlaamse overheid. Tot 2017 werden de gronden op vrijwillige basis en dus aan een traag tempo aangekocht. Om sneller te kunnen werken, heeft de VLM in 2017 een inrichtingsnota opgemaakt. Daarin werd voorgesteld om verschillende instrumenten landinrichting in te zetten om het rietmoeras in Kwetshage sneller te realiseren:
- herverkaveling uit kracht van wet
- gebruiksruil voorafgaand aan herverkaveling uit kracht van wet
- inrichtingswerken uit kracht van wet met vergoeding voor waardeverlies van gronden.
Over de inrichtingsnota liep een openbaar onderzoek van december 2017 tot februari 2018 in Jabbeke, Zuienkerke en Brugge. Op basis van de bezwaren en opmerkingen die werde n ingediend, werd de inrichtingsnota aangepast.
Op 21 december 2018 heeft de Vlaamse Regering de inrichtingsnota vastgesteld, waardoor de hierboven genoemde instrumenten landinrichting, na publicatie in het Belgisch Staatsblad, op het terrein konden worden ingezet.
In 2020 is de Landcommissie van West-Vlaanderen overgegaan tot de uitvoering van een herverkaveling uit kracht van wet in Kwetshage. Op 9 december 2020 werd de herverkavelingsakte verleden. Hierdoor is het volledige projectgebied in eigendom gekomen van de Vlaamse overheid, zodat de inrichting van het gebied gestart kon worden. De betrokken eigenaars en gebruikers kregen allemaal ruilgrond buiten het projectgebied.
Meetkerkse Moeren: vernatting voor weidevogels
Het tweede deelgebied, Meetkerkse Moeren, ligt op het grondgebied van de gemeente Zuienkerke. Het beslaat 68,5 hectare en ligt volledig in het Europees netwerk van vogelrichtlijngebieden (vogelrichtlijngebied “Poldercomplex"). Hier moesten extra inspanningen gebeuren voor weidevogels en hun leefgebied. De naam “Poldercomplex" verwijst naar het belang van de poldergraslanden als habitat voor de overwinterende vogels en broedvogels die hier voorkomen.
De werken in de Meetkerkse Moeren leverden een bijdrage aan de Europese natuurdoelen en aan de compensatie voor natuurverlies in de achterhaven van Zeebrugge.
Hiervoor is vanuit verdroogd, voormalig intensief beheerd grasland en nog bestaand akkerland bijkomend 22 hectare historisch permanent grasland met veel microreliëf en laantjes (slootjes) gerealiseerd. Dat is gebeurd door een combinatie van vernatting en gepaste inrichtingswerken, zoals graven van laantjes, herprofileren van grachten en afgraven van voormalige akkers en intensieve graslanden.
De vernatting is doorgevoerd door een aantal waterlopen op te stuwen met stuwen en gronddammen en door een aantal waterlopen te herprofileren (verbreden en afschuinen).


Er werden twee verschillende opstuwingszones ingericht. In zone 1 bleef het water zoals gepland tot maart-april tot aan het maaiveld staan, wat resulteerde in een langdurige plas-dras-situatie tot in april. In zone 2 werden de graslanden merkbaar natter en ontstonden lokaal plas-draszones, volledig in lijn met de vooropgestelde doelstellingen. Op onderstaande foto van © google maps kun je de opstuwingszone goed zien (donkere natte zone).

Bron bovenstaande afbeelding: Google Maps luchtfoto
Bestaande grachten zijn verbreed met afgeschuinde oevers voor de ontwikkeling van rietkragen enerzijds en voor een vlottere doorstroming anderzijds. Er is een omleidingsgracht voorzien om de afvoer van de woningen de verzekeren.
Zo zijn soortenrijke natte poldergraslanden met brede rietkragen gevormd, en dat zijn goede jachtgebieden voor bruine kiekendieven.
Bijkomend zijn verdwenen laantjes (op perceel 1 deels, 5 en 13) opnieuw uitgegraven, waardoor het areaal aan reliëfrijk historisch permanent grasland nog meer in kwaliteit kan toenemen (de oudere laantjes zijn zichtbaar als de donkere lijntjes in de percelen op bovenstaande luchtfoto).
Met de werken in de Meetkerkse Moeren realiseren we de Europese en Vlaamse natuurdoelstellingen voor meer geschikt leefgebied voor weidevogels, kleine rietgans, kolgans en bruine kiekendief. Daarnaast zorgt deze inrichting ervoor dat ondanks de waterpeilverhoging de buffercapaciteit voor regenwater bij zware regenval aanzienlijk verhoogt.

De werken zijn uitgevoerd in de zomer en de herfst van 2022. Ook deze terreinwerken hadden de inrichtingsnota uit 2017 als juridische basis. Ze werden gerealiseerd door de toepassing van het instrument inrichtingswerken uit kracht van wet.
Eerder voerde de VLM in de Meetkerkse Moeren een natuurinrichtingsproject uit.
Partners
- Agentschap voor Natuur en Bos (ANB)
- Afdeling Maritieme Toegang van het departement MOW
- Port of Antwerp Bruges (voorheen havenbedrijf MBZ)
- Agentschap Wegen en Verkeer (AWV)
Extra info
Inrichtingsnota
Contactpersoon voor deelgebied Kwetshage: Edgard Daemen
Contactpersoon voor deelgebied Meetkerkse Moeren: Joy Laquiere
Laatst aangepast: mei 2026