Een compenserende vergoeding is een eenmalige vergoeding om waardeverlies aan onroerende goederen dat het gevolg is van een overheidsbeslissing te compenseren.
Het Instrumentendecreet stemt acht vergoedingen beter op elkaar af door de aanvraagprocedure, de toekenning en de berekening van de hoogte van de vergoeding te harmoniseren en te vereenvoudigen.
De vergoedingen werden ingedeeld in twee categorieën:
- De eigenaarsvergoeding compenseert de kapitaalschade voor de zakelijk gerechtigde (bijvoorbeeld de eigenaar).
- De gebruikersvergoeding compenseert het inkomstenverlies voor de gebruiker (bijvoorbeeld de landbouwer die het perceel bewerkt).
De vergoeding heeft geen invloed op de eigendomssituatie en leidt niet tot onteigening.
Welke compenserende vergoedingen zijn er?
De meest aangevraagde compenserende vergoedingen zijn de planschadevergoedingen en vergoedingen voor het aanduiden als watergevoelig openruimtegebied. Dit zijn vergoedingen voor de waardevermindering van een initieel bebouwbare grond die door een bestemmingswijziging niet meer bebouwbaar of verkavelbaar is. Dat kan gebeuren naar aanleiding van een ruimtelijk uitvoeringsplan (bij de planschadevergoeding), of naar aanleiding van een aanduiding als watergevoelig openruimtegebied.
Hoe kan u een aanvraag voor een compenserende vergoeding indienen?
U vraagt de vergoeding aan via het Loket Landinrichting. In dit digitale loket kan u de aanvraag indienen en opvolgen. U wordt op de hoogte gehouden via uw eBox (als die geactiveerd is), of via aangetekende brief.
Het is ook mogelijk om de aanvraag op papier in te dienen. Hoe u dat doet vindt u via bovenstaande link, bij de 'veelgestelde vragen' van de vergoeding die u wil aanvragen.
U moet per kadastraal perceel een aparte aanvraag indienen.
Let op: voor vergoedingsaanvragen naar aanleiding van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) met voorlopige vaststelling vóór 15 april 2024 geldt nog de oude procedure via de rechtbank.
Hoe wordt de compenserende vergoeding berekend?
De bepaling van de eigenaarswaarde gebeurt aan de hand van:
Artikel 14 van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 regelt de berekening van eigenaarsvergoedingen, waaronder de planschadevergoeding. De vergoeding is het verschil tussen de eigenaarswaarde voor gebruiksbeperking, en de eigenaarswaarde erna.
De artikelen 31 tot 33 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2024 over het realisatiegericht instrumentarium regelen de bepaling van de eigenaarswaarde en de berekening van een vergoeding meer in detail. Bij
besluit van 3 april 2026 wijzigde de Vlaamse Regering dit uitvoeringsbesluit. Voor wat de gestandaardiseerde methode voor het bepalen van de eigenaarswaarde betreft, machtigde de Vlaamse Regering de Vlaamse Minister van Omgeving om bij ministerieel besluit een voorstel van de Landcommissies goed te keuren. De Landcommissies stelden op 15 april een methode voor; de minister keurde dat voorstel bij besluit van 27 april 2026 goed. Het wijzigingsbesluit en MB met als bijlage de gestandaardiseerde methode voor het bepalen van de eigenaarswaarde (wordt gepubliceerd op 7 mei 2026 en treedt op 8 mei 2026 in werking) kan
hier teruggevonden worden.