Informatie
voor initiatiefnemers van ruimtelijke uitvoeringsplannen
Wat is de planbatenheffing?
De planbatenheffing is een belasting op de meerwaarde die een perceel krijgt door een wijziging van de bestemmingscategorie als gevolg van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). De inkomsten worden doorgestort naar u als initiatiefnemer.
U start, als initiatiefnemer van het RUP, de procedure binnen een termijn van orde van 30 dagen na de definitieve vaststelling van het RUP. In het kader van de bouwshift is het aangewezen om het meerwaarderapport dus tijdig aan te vragen, en zo geen inkomsten mis te lopen.
De bestemmingswijzigingen die aanleiding kunnen geven tot een planbatenheffing zijn vastgelegd in artikel 2.6.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Het gaat meestal over niet-bebouwbare gronden die worden herbestemd tot woongebied, gebied voor bedrijvigheid of recreatiezone. Ook bestemmingswijzigingen van bos, natuur en overig groen naar landbouw kunnen aanleiding geven tot een planbatenheffing. Figuur 1 toont welke bestemmingswijzigingen aanleiding kunnen geven tot een planbatenheffing.

Figuur 1: Bestemmingswijzigingen die aanleiding kunnen geven tot een planbatenheffing cfr. art. 2.6.4. van de VCRO (Bron: Departement Omgeving)
Er gelden ook een aantal vrijstellingsgronden. Deze gevallen, waarvoor geen planbatenheffing verschuldigd is, staan opgesomd in artikels 2.6.5. en 2.6.6. van de VCRO.
De planbatenheffing wordt berekend als een percentage van de vermoede meerwaarde. Het bedrag van de meerwaarde wordt per perceel progressief belast in twee schijven, conform artikel 2.6.11. van de VCRO:
- eerste schijf: meerwaarde lager dan of gelijk aan 250.000 euro, belast tegen 25 procent;
- tweede schijf: meerwaarde hoger dan 250.000 euro, belast tegen 50 procent.
De inkomsten die voortkomen uit gewestelijke bestemmingswijzigingen worden gestort in het BRV-fonds. De inkomsten die voortkomen uit een provinciaal of gemeentelijk RUP worden doorgestort naar respectievelijk de betrokken provincie of gemeente, conform artikel 2.6.17. van de VCRO.
Meerwaarderapport en verdere procedure
De procedure wordt opgestart door de initiatiefnemer. De vermoede meerwaarde per perceel wordt door de landcommissie berekend in een meerwaarderapport. Op basis van dit meerwaarderapport zal de planbatenheffing door de Vlaamse belastingdienst worden berekend en uitgevoerd.
De procedure voor de opmaak van het meerwaarderapport wordt beschreven in artikels 1/4 t.e.m. 1/9 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende sommige aspecten van de planbatenheffing.
- De procedure wordt opgestart door het aanleveren van de nodige brongegevens aan de landcommissie. Er wordt u, als initiatiefnemer van het RUP, gevraagd om de nodige informatie door te geven aan de landcommissie, zodat zij het meerwaarderapport kan opmaken en dit binnen een termijn van orde van 30 dagen na de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan. U leest hieronder hoe u deze gegevens kan bezorgen.
- De landcommissie schat en berekent de vermoede meerwaarde per perceel en bezorgt u het ontwerp van meerwaarderapport. U kan hier nog eventuele technische opmerkingen op maken.
- De landcommissie verwerkt uw eventuele technische opmerkingen en bezorgt het uittreksel van het bijgewerkte ontwerp van meerwaarderapport aan elke heffingsplichtige, die hiermee de kans krijgt om bezwaar aan te tekenen.
- De landcommissie verwerkt haar behandeling van de bezwaren in het definitief meerwaarderapport. Dit wordt bezorgd aan de initiatiefnemer en een uittreksel ervan aan elke heffingsplichtige.
- Op basis van de meerwaarde zoals opgenomen in het definitieve meerwaarderapport, wordt vervolgens door de Vlaamse Belastingdienst de planbatenheffing berekend en gekohierd. Hoewel de aanslagbiljetten al verstuurd worden, is de planbatenheffing pas betaalbaar bij het voorkomen van een startfeit, zoals verkoop of het verkrijgen van een omgevingsvergunning, conform artikel 2.6.14. van de VCRO. De inkomsten worden doorgestort naar het BRV-fonds (in geval van een gewestelijk RUP) of naar de initiatiefnemer (in geval van een provinciaal of gemeentelijk RUP).
Merk op dat de procedure voor het opstellen van het meerwaarderapport en de planbatenheffing volledig buiten het Loket Landinrichting valt.
Melding van gegevens voor opmaak van een meerwaarderapport
Om de procedure op te starten meldt u de nodige brongegevens aan de territoriaal bevoegde landcommissie (conform de provincie waarin het RUP gelegen is). U verstuurt deze gegevens via e-mail naar de betreffende landcommissie. Het e-mailadres vindt u op het invulformulier (zie verder).
Wees zo duidelijk en volledig mogelijk bij het verzamelen van de brongegevens. Houd er rekening mee dat de landcommissie de lokale situatie minder goed of niet kent. Volgende gegevens worden gevraagd:
- Het ingevulde invulformulier
Melding van gegevens voor de opmaak van een meerwaarderapport. De fichelink van het RUP uit het platform Digitale Stedenbouwkundige Informatie (DSI). Controleer ook of alle benodigde bestanden op het DSI staan. Vooral de geodata van het Register Plancompensaties (RPC) en de geodata van het grafisch plan van het RUP (grondvlakken, overdrukken, …) zijn van belang voor de opmaak van het meerwaarderapport.
- Een lijst met percelen waar volgens u planbaten geheven kunnen worden, op basis van de voorwaarden en vrijstellingsgronden in de wetgeving (artikels 2.6.4. t.e.m. 2.6.6. van de VCRO). U onderzoekt dit dus voor alle percelen binnen het plangebied en geeft enkel die percelen door die volgens u in aanmerking komen en opgenomen worden in het meerwaarderapport. Hiertoe moeten ook de precieze stedenbouwkundige voorschriften vergeleken worden. Let op: de mogelijke plancompensaties die vermeld worden in het RPC houden geen rekening met de mogelijke vrijstellingen en moeten dus nog gecontroleerd worden.
U kan, indien gewenst, ook gebruik maken van de invultabel
Percelen op te nemen in het meerwaarderapport
Voor elk van de opgelijste percelen vermeldt u onderstaande gegevens: - de volgende kadastrale gegevens: het kadastrale nummer, de kadastrale oppervlakte, het kadastraal inkomen, het bouwjaar (als dat van toepassing is) en de kadastrale aard van het perceel
- de bronbestemming: de geldende bestemming en stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn vóór de definitieve vaststelling van het RUP. Geef eventueel ook aan welk plan (gewestplan, BPA, …) van toepassing is. Geef ook aan of eventuele nabestemmingen al in werking zijn getreden. Geef ook aan of het perceel al dan niet deel uitmaakt van een niet-vervallen verkavelingsvergunning voor woningbouw.
- de doelbestemming: de bestemming en stedenbouwkundige voorschriften van het RUP (optioneel, maar aangeraden)
- de eventuele bestaande erfdienstbaarheden tot openbaar nut
- U kan eventueel ook een motivering meegeven over waarom het perceel in aanmerking komt voor planbatenheffing. Als u twijfelt over specifieke gevallen, kan u dit ook aangeven. De landcommissie zal u dan adviseren op basis van uw beschrijving van de situatie. (optioneel)
- Andere gegevens die u nuttig acht voor de opmaak van het meerwaarderapport. Denk bijvoorbeeld aan planologische attesten of vergunningen die een invloed kunnen hebben op de vergunningsmogelijkheden op een perceel.