De planbatenheffing is een belasting op de meerwaarde die een perceel krijgt door een wijziging van de bestemmingscategorie als gevolg van een ruimtelijk uitvoeringsplan. De wijzigingen die aanleiding kunnen geven tot een planbatenheffing zijn vastgelegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Het gaat meestal over niet-bebouwbare gronden die worden herbestemd tot woongebied, gebied voor bedrijvigheid of recreatiezone. Ook bestemmingswijzigingen van bos, natuur en overig groen naar landbouw kunnen aanleiding geven tot een planbatenheffing.
Nadat de initiërende overheid, dit is de bevoegde overheid die het ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vaststelt, de nodige gegevens aan de landcommissie heeft bezorgd, maakt de landcommissie een meerwaarderapport op. Dit rapport bevat per perceel de vermoede meerwaarde en de wijze waarop deze is berekend. Op basis van deze meerwaarde wordt vervolgens door de Vlaamse Belastingdienst de planbatenheffing bepaald.
De bepaling van de meerwaarde gebeurt aan de hand van:
Artikel 14 van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 regelt de berekening van eigenaarsvergoedingen, waaronder de planschadevergoeding. De vergoeding is het verschil tussen de eigenaarswaarde voor gebruiksbeperking, en de eigenaarswaarde erna.
Artikel 1/5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende sommige aspecten van de planbatenheffing regelt de bepaling van de eigenaarswaarde in het kader van de planbatenheffing. Bij
besluit van 3 april 2026 wijzigde de Vlaamse Regering dit uitvoeringsbesluit. Voor wat de gestandaardiseerde methode voor het bepalen van de eigenaarswaarde betreft, machtigde de Vlaamse Regering de Vlaamse Minister van Omgeving om bij ministerieel besluit een voorstel van de Landcommissies goed te keuren. De Landcommissies stelden op 15 april een methode voor; de minister keurde dat voorstel bij besluit van 27 april 2026 goed. Het wijzigingsbesluit en MB met als bijlage de gestandaardiseerde methode voor het bepalen van de eigenaarswaarde (wordt gepubliceerd op 7 mei 2026 en treedt op 8 mei 2026 in werking) kan hier teruggevonden worden.
Voor de berekening van de planbatenheffing wordt het bedrag van deze meerwaarde van een perceel verdeeld in twee schijven:
- 1° eerste schijf: meerwaarde lager dan of gelijk aan 250.000 euro, belast tegen 25 procent;
- 2° tweede schijf: meerwaarde hoger dan 250.000 euro, belast tegen 50 procent.
Wat moet de initiërende overheid ondernemen voor de opmaak van een meerwaarderapport?
Uiterlijk 30 dagen na de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan moet de landcommissie beschikken over de nodige gegevens. De overheid die het RUP definitief vaststelde, moet deze gegevens dus zo snel mogelijk overmaken aan de landcommissie aan de hand van het onderstaande formulier.
Opgelet
Momenteel is er een achterstand in de behandeling van aanvragen voor een planschadevergoeding. Als die achterstand is weggewerkt nemen we de aanvragen voor de opmaak van meerwaarderapporten opnieuw op.
Daardoor zullen de termijnen voor zowel het ontwerp als het definitief meerwaarderapport worden overschreden. Door het overschrijden van de termijnen van het meerwaarderapport vervalt de planbatenheffing niet. Als een startfeit (bv bouwvergunning) optreedt voor de opmaak van het meerwaarderapport, wordt de heffing later geïnd.
Onze excuses voor dit ongemak. Bedankt voor uw begrip.
Formulier
Aanvraagformulier planbaten