Onderwerken van maaisel van akkerranden
Als het niet haalbaar is om het maaisel van akkerranden te gebruiken als veevoeder of in te zetten in (boerderij)compostering, wordt het onderwerken van het maaisel toegelaten. De volgende voorwaarden moeten dan wel worden nageleefd:
- Het maaisel moet afkomstig zijn van akkerrandbeheer zoals beheerovereenkomsten, ecoregelingen, of verplicht aan te houden beschermingsstroken door MAP7.
- Het maaisel wordt ondergewerkt op een eigen perceel van het bedrijf, dat actief in gebruik is. Dat perceel moet minstens dezelfde oppervlakte hebben als de strook waarvan het maaisel afkomstig is.
- Het onderwerken moet gebeuren op het perceel waarvan het maaisel afkomstig is of een aangrenzend perceel. Uitzonderlijk kan het ook op een ander naburig perceel als het onmogelijk is op het oorspronkelijke of aangrenzende perceel.
- Het maaisel kan indien nodig opgeslagen worden op het perceel waar het zal worden ondergewerkt.
- Het onderwerken gebeurt binnen de termijn van 1 week na de maaibeurt in de periode april tot en met oktober en 1 maand na de maaibeurt in de periode november tot en met maart.
Aangezien de maaidata bij beheerovereenkomsten vastliggen, en het tijdstip van onderwerken afhankelijk is van de teelt en oogstdatum, kan het gebeuren dat deze termijn overschreden wordt. - Geurhinder en uitspoeling moet altijd vermeden worden. Het is aan te raden het maaisel daarvoor af te dekken met een semipermeabele doek.
- Respecteer altijd 10 meter afstand van de perceelsgrens en 100 meter afstand van de woning van derden.
- De opgeslagen hoeveelheid moet beperkt blijven tot 40 m³.
- U moet het onderwerken van het maaisel niet doorgeven aan de Mestbank. De opgebrachte nutriënten worden niet meegerekend in de balans van de landbouwer. Let wel: die nutriënten kunnen wél uitspoelen en een effect hebben op het nitraatresidu.
- Het maaisel kan alleen afgevoerd worden naar de exploitatie om in te kuilen als veevoeder of om daar te composteren. Het maaisel kan niet opgeslagen worden in een vaste opslag van de exploitatie en kan niet zonder verdere bewerking (compostering) terug naar een perceel gevoerd worden.
Onderwerken van oogstresten
Het is toegelaten om oogstresten van het landbouwbedrijf onder te werken op eigen percelen van hetzelfde bedrijf. Dat moet gebeuren op een landbouwkundige en milieuhygiënisch verantwoorde manier. Geurhinder moet vermeden worden.
De oogstresten mogen alleen afkomstig zijn van grondgebonden teelten. Oogstresten van serres zijn alleen toegelaten als er een grondstofverklaring is van OVAM en een toelating van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.