Jaarlijks publiceert de Mestbank een brochure normen en richtwaarden. Daarin krijgt u een actueel overzicht van de bemestingsnormen. U vindt er ook informatie over de uitscheidingscijfers, de forfaitaire mestsamenstellingen van dierlijke mest en de richtwaarden voor de samenstelling van spuistroom.
Op deze pagina vindt u meer info over:
Uw persoonlijke bemestingsnormen
U vindt uw bemestingsnormen en toegekende rechten terug op het Mestbankloket. Het overzichtsrapport wordt periodiek geactualiseerd.
Op basis van uw verzamelaanvraag, berekent de Mestbank per perceel alle bemestingsnormen. Daarbij houdt ze rekening met eventuele geldige aanvragen, bepaalde typegebieden met specifieke bemestingsregimes, lopende beheerovereenkomsten met bemestingsbeperkingen en eventuele opgelegde sancties of gevolgen met bemestingsbeperkingen.
De bemestingsrechten worden sinds MAP 7 toegekend aan de gebruiker van de hoofdteelt en niet langer aan de gebruiker van 1 januari. De gebruiker van de hoofdteelt draagt de grootste financiële risico's en wordt verantwoordelijk voor het correct naleven van de conditionaliteit in het kader van het GLB, voor eventuele ecoregelingen én voor de bemesting van de percelen. Met deze maatregel wordt de aangifte van de gebruikspercelen in de verzamelaanvraag sterk vereenvoudigd. Alleen nog de gebruiker van de hoofdteelt moet een verzamelaanvraag indienen zowel voor het GLB als voor het Mestdecreet.
Stikstofnorm uit dierlijke mest
U mag in Vlaanderen maximaal 170 kg stikstof uit diergelijke mest per hectare per jaar gebruiken.
Lagere bemestingsnormen in gebiedstypes 1, 2 en 3 voor werkzame stikstof
Door de gebiedsgerichte aanpak worden in de gebiedstypes 1, 2 en 3 de normen werkzame stikstof verlaagd. Dat is een van de gebiedsgerichte maatregelen uit MAP 7.
Er bestaan
duurzame terugverdienpraktijken waarmee u (een deel van de) bemestingsreductie ongedaan kunt maken. Het gaat onder meer om vanggewassen, wintergranen als nateelt, het afvoeren van oogstresten, het onderwerken van stro, enzovoort.
Fosfaatnormen
De fosfaatnormen wijzigen niet door MAP 7. Er zijn nog altijd 4 fosfaatklassen, in functie van de hoeveelheid plantbeschikbare fosfaat in de bodem. De bemestingsnormen zijn daarop afgestemd. Op basis van een fosfaatanalyse kunt u afwijken van de referentiefosfaatklasse IV. Fosfaatanalyses kunt u aanvragen met de SNapp-toepassing op het Mestbankloket. Het resultaat van de analyses blijft 5 jaar geldig.
De Mestbank brengt de hoeveelheid opgebrachte fosfaat (P2O5), afkomstig van stalmest of boerderijcompost slechts voor de helft in rekening op:
- landbouwpercelen ingedeeld als klasse I en II van alle landbouwbedrijven
- landbouwpercelen van biobedrijven en circulaire stalmestbedrijven
Voor biobedrijven en circulaire stalmestbedrijven geldt dit principe dus ongeacht de fosforklasse van de percelen en ongeacht het gebiedstype waarin de percelen liggen.
Een circulair stalmestbedrijf is een bedrijf waar de dierlijke mestproductie, uitgedrukt in fosfaat (P2O5), voor minimaal 90 % uit stalmest bestaat en waar minimaal 90 % van die geproduceerde stalmest op de eigen landbouwgrond wordt opgebracht.
Een landbouwer kan met een andere landbouwer samenwerken om aan die voorwaarde te voldoen, zodat de twee bedrijven als één geheel worden beschouwd in het kader van deze regeling.
Bedrijfsbenadering
Bemesten volgens de bedrijfsbenadering betekent dat u kunt afwijken van de bemestingsnorm per perceel zolang de totale hoeveelheid nutriënten op bedrjifsniveau niet overschreden wordt.
In MAP 7 is het nog altijd mogelijk om op perceelsniveau af te wijken van de maximale bemestingsnorm. De afwijking bedraagt:
- 125% voor werkzame stikstof;
- 150% voor stikstof uit dierlijke mest;
- 200% als de bemesting met dierlijke mest volledig wordt ingevuld met vaste mest zoals stalmest, champost en boerderijcompost of begrazing.
Beheerovereenkomst 100 kg N uit kunstmest (BKM)
Het Mestdecreet voorziet dat op percelen in het kwetsbaar gebied natuur met een biologische waardering 'potentieel belangrijke graslanden' waarop het bemestingsverbod van toepassing is, een supplementaire bemesting van maximaal 100 kg stikstof uit kunstmest per hectare en per jaar kan worden toegestaan. Die afwijking geldt in afwachting van de natuurrichtplannen, opgesteld in functie van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu.
U kunt die beheerovereenkomst jaarlijks aanvragen via de verzamelaanvraag van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.