Een bodem is nooit overal hetzelfde. Binnen één perceel kunnen verschillen voorkomen in bodemtype, vochttoestand, gewasgroei, bemesting en andere bodemeigenschappen. Een betrouwbare bodemmeting begint daarom bij een goede en representatieve staalname.
Gestratificeerde bemonstering is een staalnamemethode die ervoor zorgt dat de bemonsteringspunten beter over het hele perceel worden gespreid. Dat zorgt ervoor dat de variatie van de bodem binnen een perceel beter in rekening wordt gebracht en de meetonzekerheid afneemt. Daardoor worden de resultaten betrouwbaarder en kan er gerichter worden gewerkt.
Hoe werkt gestratificeerde bemonstering?
Bij een
klassieke bemonstering worden de bemonsteringspunten bepaald door de staalnemer. Het patroon ligt vast (bijvoorbeeld kruisverband), maar de staalnemer bepaalt zelf hoe die het patroon toepast op het perceel.
Bij
gestratificeerde bemonstering:
- deelt een algoritme het perceel op in verschillende zones (ook wel 'strata' genoemd)
- bepaalt het algoritme willekeurig een bemonsteringspunt per zone
Meer boringen per deelstaal, maar minder deelstalen per perceel
Bij de nieuwe methode worden meer boringen uitgevoerd, waardoor de variatie beter gemeten wordt. Die grondstalen worden samengevoegd tot een deelstaal. Toch zijn er niet altijd meer deelstalen per perceel, integendeel.
Concreet:
-
Vroeger: 15 bemonsteringspunten samengevoegd tot
1 deelstaal per 2 hectare.
-
Nu: 40 bemonsteringspunten samengevoegd tot
1 deelstaal per 5 hectare.
Als een perceel groter is dan 2 hectare en kleiner dan 5 hectare is er nu dus maar 1 deelstaal meer nodig.
Voorbeeld: op een perceel van 4,2 hectare waren dat vroeger 3 deelstalen met elk 15 bemonsteringspunten (45 in totaal). Met de nieuwe methode is dat slechts 1 deelstaal met 40 bemonsteringspunten.
Pas als een perceel groter is dan 5 hectare, is er nu meer dan 1 deelstaal nodig.
Voorbeeld: op een perceel van 5,4 hectare waren dat vroeger drie deelstalen met elk 15 bemonsteringspunten (45 in totaal). Met de nieuwe methode zijn dat twee deelstalen met elk 40 bemonsteringspunten (80 in totaal).
Gestratificeerd bemonsteren zorgt dus voor een representatievere schatting van de gemiddelde bodemtoestand en een kleinere meetonzekerheid, want:
- per deelstaal worden er meer bemonsteringspunten genomen
- het volledige perceel wordt bemonsterd (zones in plaats van kruisverband)
- het bemonsteringspatroon is minder afhankelijk van de staalnemer