Deze pagina geeft landbouwers en andere betrokkenen een overzicht van de regels, berekeningsmethoden en praktische verplichtingen rond mestopslag. Correcte mestopslag voorkomt uitspoeling en beschermt zo water, bodem en omgeving.
Hoe groot moet uw opslagcapaciteit zijn?
Een bedrijf moet beschikken over een mestopslagcapaciteit voor de opslag van dierlijke mest:
- van ten minste 9 maanden voor dieren die altijd op stal staan;
- van ten minste 6 maanden voor dieren met buitenloop;
- van ten minste 3 maanden voor stalmest.
Die verplichting geldt niet in deze drie situaties:
- Er kan worden aangetoond dat alle mest boven de effectieve opslagcapaciteit correct wordt afgevoerd. Dat moet tijdig en volgens de geldende vervoerregels gebeuren.
- Er kan worden aangetoond dat er een geldige alternatieve opslagoplossing is (zie Opslagoplossingen bij onvoldoende capaciteit).
- De pluimveemest wordt na elke productieronde afgevoerd.
Op de webpagina VLAREM II bijlage
VLAREM II bijlage 5.28 Opslagplaatsen voor meststoffen, hoofdstuk VII vindt u voor kippen, varkens en runderen de richtlijnen voor minimale opslagcapaciteit, uitgedrukt in kubieke meter per diersoort en per staltype.
Voor stalmest van paarden is de richtwaarde 3,5 tot 5 m³ per paard om de mest gedurende 3 maanden te kunnen opslaan. Hoe groot de opslagcapaciteit precies moet zijn, hangt af van de grootte van het paard en/of de gebruikte stalstrooisels.
Hoe berekent u hoeveel mest u hebt?
Het is belangrijk te weten hoeveel mest u in opslag hebt, bijvoorbeeld bij:
- het invullen van de Mestbankaangifte op het einde van het productiejaar;
- het inschatten van de hoeveelheid vaste mest op een kopakker.
Hoe u dat berekent, vindt u terug in de
Toelichting bij de aangifte voor land- en tuinbouwers > 'IV. Invullen van de aangifte' > 'Opslag van dierlijke mest'.
Welke voorwaarden en bouwvoorschriften gelden voor de opslag van meststoffen?
De constructie en het beheer van de mestopslagen gebeuren volgens de VLAREM II- wetgeving. Zo zijn er sectorale milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen. Voor de beperking van ammoniakemissie gelden er bijkomende voorwaarden.
Voor de bouw van de mestopslag van vloeibare mest gelden er bovendien bouwvoorschriften, die te vinden zijn in bijlage 5.28:
Wat is een first flush-systeem bij tray- en containervelden?
Een first flush-systeem is een wateropvangsysteem dat specifiek is ontworpen om de eerste afstroming van regen- en gietwater tijdelijk op te vangen, omdat die eerste spoeling de hoogste concentratie aan nutriënten en verontreinigingen bevat. Het wordt gebruikt bij grondloze teelten in open lucht, zoals tray- en containervelden in de aardbei- en sierteeltsector.
Voor die teelten moet de landbouwer beschikken over een first flush-systeem met een minimale opslagcapaciteit van 100 m³ per hectare.
Hebt u hulp nodig bij het uitdenken en aanleggen van een first flush-systeem op maat van uw bedrijf? Neem contact op met een erkend praktijkcentrum:
Hoe kunt u mest opslaan op landbouwgrond?
Vaste mest – type 1-meststoffen
U mag alleen meststoffen van type 1 opslaan op landbouwgrond voor ze gespreid worden.
- champost
- traagwerkende meststoffen:
Belangrijke voorwaarden voor deze mestopslag op landbouwgrond:
- De opgeslagen hoeveelheid mag niet groter zijn dan wat op het perceel mag worden uitgereden
- Minstens 10 meter afstand tot waterlopen en perceelsgrenzen
- Minstens 100 meter afstand tot woningen van derden
Periodespecifieke regels voor mestopslag op landbouwgrond (niet geldig voor gecertificeerde gft- en groencompost en boerderijcompost):
| 1 november tot 15 januari | Opslag
moet afgedekt zijn met een semipermeabel doek |
| 16 januari tot 31 oktober | Onbedekte opslag is maximaal 2 maanden voor het uitrijden toegestaan |
Vloeibare mest – type 2-meststoffen
Mestopslag op landbouwgrond kan ook met een mestzak voor vloeibare mest. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden:
- De opgeslagen hoeveelheid mag niet groter zijn dan wat op het perceel en/of aangrenzende percelen wordt uitgereden.
- Houd minstens 10 meter afstand tot perceelsgrenzen en oppervlaktewater. Voorkom altijd dat mestsappen afvloeien buiten uw perceel, zeker op hellende terreinen.
- Houd minstens 100 meter afstand tot woningen van derden om geurhinder te voorkomen.
- Het mag maximaal 3 opeenvolgende maanden per jaar om vrijgesteld te zijn van omgevingsvergunning.
Welke opslagoplossingen bestaan er bij onvoldoende capaciteit voor vloeibare mest?
De Mestbank krijgt regelmatig vragen van bedrijven die op het eigen bedrijf te weinig opslagcapaciteit hebben voor vloeibare dierlijke mest Daarom vindt u hieronder een overzicht van de opslagmogelijkheden voor vloeibare dierlijke mest en de bijhorende transportregels.
Mestzak huren of kopen voor eigen gebruik (tijdelijk)
Als de mestzak op uw exploitatie ligt, behoort die tot de opslag van uw exploitatie. Een mestzak mag ook tijdelijk op landbouwgronden liggen, maar de mest kan later alleen gespreid worden op het perceel waar de mestzak zich bevindt of op aanliggende percelen van dezelfde landbouwer.
Meer info:
Spreiden van mest via mestzak, container, verdeling vanuit een aanhangwagen of overpomping naar zelfrijdende mestspreider
Afzet naar een bewerkings- of verwerkingseenheid
De afvoer van dierlijke mest geproduceerd op uw exploitatie naar een mestverwerker in dezelfde of aangrenzende gemeente kan met een
burenregeling. Dat vervoer moet gebeuren met de AGR-GPS-app . Het vervoer kan ook met een erkende mestvoerder. De afvoer verder dan de buurgemeente moet altijd gebeuren door een erkende mestvoerder.
Mest afvoeren naar een bestaande mestopslagplaats of mestverzamelpunt
Deze opslagplaats moet bij de Mestbank gekend zijn met een actief identificatienummer, in sommige gevallen moet dit een mestverzamelpunt zijn. Lees hier hoe u te werk moet gaan om het vervoer van de mest correct te registreren .
Wat gebeurt er met mestopslag bij bedrijfsovername of stopzetting?
Op een stopgezette exploitatie kan geen enkele activiteit plaatsvinden in het kader van het Mestdecreet. Alle mest in opslag moet daarom vóór de stopzetting zijn afgevoerd of overgedragen aan de overnemer.
Er is een overnemer voor het bedrijf
Mest in opslag behoort vanaf de overnamedatum tot de balans van de nieuwe eigenaar.
-
Overnamedatum is 1 januari
De Mestbank verschuift de hoeveelheid dierlijke mest die u op uw exploitatie had op 1 januari naar het exploitant- en exploitatienummer van de overnemer. De Mestbank baseert zich daarvoor op uw aangifte van het voorgaande productiejaar. Als de overnemer niet akkoord gaat met die overname, brengt de Mestbank u daarvan op de hoogte. -
Overname in de loop van het jaar
Er is geen overnemer voor het bedrijf
Als er geen overnemer voor het bedrijf is, blijft u verder verantwoordelijk voor de afzet van de mest in opslag en die afzet moet gebeuren voor de stopdatum. Zolang er nog mest in opslag zit, mag u zich niet laten stopzetten.
Als u uw stal wilt slopen, moet u de mestopslag volledig legen en ook de mestkoek (bezinklaag) correct verwijderen. Lees hier meer over
de ruiming van mestkelders bij het slopen van stallen.
Hoe vermijdt u geurhinder en vliegenoverlast?
- Voorkom korstvorming bij vloeibare mest (regelmatig omroeren of tijdig weghalen)
- Houd vaste mest droog (via (extra) ventilatie, houtzaagsel toevoegen, minder waterinsijpeling)
- Dek de mestopslag af
- Plan tijdig afvoer
- Werk mest tijdig onder volgens de geldende regels (vloeibare mest: onmiddellijk; vaste dierlijke mest: binnen de 24u)
- Raadpleeg een ongedierte-expert indien nodig