Informatie
voor initiatiefnemers van ruimtelijke uitvoeringsplannen
Het is mogelijk om als initiatiefnemer vooraf een inschatting te krijgen van de meerwaarde en vergoedingen die door een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) zullen worden veroorzaakt. Vanaf de fase plenaire vergadering en binnen een termijn van orde van 30 dagen na de voorlopige vaststelling van een RUP kan u een ramingsrapport aanvragen bij de landcommissie. De raming wordt steeds berekend op niveau van het volledige plangebied, en dus niet op niveau van het individuele perceel.
Er zijn twee soorten ramingsrapporten:
- In het meerwaarderamingsrapport wordt de meerwaarde geraamd die worden veroorzaakt door bestemmingswijzigingen in het RUP die aanleiding geven tot planbatenheffing. De planbatenheffing zelf wordt niet geraamd in het meerwaarderamingsrapport. Naargelang de hoogte van de schadevergoeding per perceel zal de uiteindelijke planbatenheffing 25 tot 50 procent van deze meerwaarde bedragen.
- In het schaderamingsrapport worden de planschadevergoedingen en de andere compenserende vergoedingen (bestemmingswijzigingscompensatie, compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften en gebruikerscompensatie) naar aanleiding van het RUP geraamd.
In uw aanvraag zal u moeten specifiëren welk soort rapport u wenst. Het is ook mogelijk om een combinatie van beide rapporten aan te vragen.
Het ramingsrapport is facultatief.
Aanvraag tot opmaak van een ramingsrapport
Om de procedure op te starten dient u de nodige brongegevens te melden aan de territoriaal bevoegde landcommissie (conform de provincie waarin het RUP gelegen is). U verstuurt de aanvraag via e-mail naar de betreffende landcommissie. Het e-mailadres vindt u op het invulformulier (zie verder).
Wees zo duidelijk en volledig mogelijk bij het verzamelen van de nodige informatie. Houd er rekening mee dat de landcommissie de lokale situatie minder goed of niet kent. Volgende gegevens worden gevraagd:
- Het ingevulde invulformulier
Aanvraag tot opmaak van een ramingsrapport. De fichelink van het RUP uit het platform Digitale Stedenbouwkundige Informatie (DSI). Controleer ook of alle benodigde bestanden op het DSI staan. Vooral de geodata van het Register Plancompensaties (RPC) en de geodata van het grafisch plan van het RUP (grondvlakken, overdrukken, …) zijn van belang voor de opmaak van het ramingsrapport. Let op: deze geodata kunnen facultatief zijn in deze fase van de opmaakprocedure van het RUP, maar zijn noodzakelijk om het ramingsrapport te kunnen opmaken.
- Een lijst met percelen die volgens u in aanmerking komen voor een plancompensatie volgens de voorwaarden en vrijstellingsgronden in de wetgeving. U onderzoekt dit dus voor alle percelen binnen het plangebied en geeft enkel die percelen door die volgens u in aanmerking komen en worden opgenomen in het ramingsrapport. Hiertoe moeten ook de precieze stedenbouwkundige voorschriften vergeleken worden. Let op: de mogelijke plancompensaties die vermeld worden in het RPC houden geen rekening met de mogelijke vrijstellingen en moeten dus nog gecontroleerd worden. Let op: voor het schaderamingsrapport onderzoekt u ook de andere compenserende vergoedingen dan de planschadevergoeding. Onderaan deze pagina vindt u de relevante wetgeving per soort rapport en per type plancompensatie.
U kan, indien gewenst, ook gebruik maken van de invultabel
Percelen op te nemen in het ramingsrapport.
Voor elk van de opgelijste percelen vermeldt u onderstaande gegevens: - het kadastraal nummer
- de bronbestemming: de bestemming en stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn vóór de definitieve vaststelling van het RUP. Geef eventueel ook aan welk plan (gewestplan, BPA, …) van toepassing is. Geef ook aan of eventuele nabestemmingen al in werking zijn getreden. Geef ook aan of het perceel al dan niet deel uitmaakt van een niet-vervallen verkavelingsvergunning voor woningbouw.
- de doelbestemming: de bestemming en stedenbouwkundige voorschriften van het RUP (optioneel, maar aangeraden)
- het type of de types plancompensatie die van toepassing zijn. U kan eventueel ook een motivering meegeven over waarom het perceel in aanmerking komt voor de desbetreffende plancompensatie. Als u twijfelt over specifieke gevallen, kan u dit ook aangeven. De landcommissie zal u dan adviseren op basis van uw beschrijving van de situatie.
- U kan eventueel ook meegeven of een perceel al dan niet in eigendom is van een overheid. In het ramingsrapport wordt de meerwaarde- en/of schadeberekening gemaakt op niveau van het volledige plan. Afwijkend hiervan, kan de landcommissie de berekening opsplitsen voor percelen die in eigendom zijn van de initiatiefnemer of andere administratieve overheden (bv. intercommunale, OCMW), om de budgettering te faciliteren. Indien u deze opsplitsing wenst, dient u de eigendomsinformatie duidelijk bij te voegen. (optioneel)
- Andere gegevens die u nuttig acht voor de opmaak van het meerwaarderapport. Denk bijvoorbeeld aan planologische attesten of vergunningen die een invloed hebben op de vergunningsmogelijkheden op een perceel.
Overzicht wetgeving: voorwaarden en vrijstellingsgronden per type plancompensatie
- Meerwaarderamingsrapport:
- planbatenheffing: artikels 2.6.4. t.e.m. 2.6.6. van de VCRO
- Schaderamingsrapport:
- planschadevergoeding: artikels 2.6.1. en 2.6.2. van de VCRO
- bestemmingswijzigingscompensatie: artikels 6.2.1. en 6.2.4. van het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid
- compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften: artikel 6.3.1. van het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid
- gebruikerscompensatie: artikels 2 t.e.m. 4 van het decreet houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut