Mag er met een sleepslang mest uitgereden worden op wintertarwe?
Op een beteelde akker mag de sleepslangtechniek nog gebruikt worden. Daarnaast zijn ook injectie, zodenbemester en sleufkouter toegelaten. Meer info: Emissiearme aanwending.
Moet je bij het gebruik van een sleepslang de AGR-GPS-app gebruiken?
De verplichting om de AGR-GPS-app te gebruiken is afhankelijk van het vervoer, niet van het spreiden.
De app is verplicht voor het vervoer van mest in de volgende gevallen:
- Vanaf 1 januari 2025 is de AGR-GPS-app verplicht bij alle vervoer van alle vloeibare dierlijke mest met burenregeling. Voor eigen mest op eigen grond geldt de verplichting jaarlijks vanaf 1 juli, met start in 2025.
- Vanaf 1 januari 2025 moeten alle transporten van dierlijke mest (vast en vloeibaar) met burenregeling naar mestverwerking en naar mestzakken met de AGR-GPS-app gebeuren.
Bovendien is het vanaf 1 juli 2025 verplicht om een erkend mestvoerder in te schakelen in gebiedstype 2 en 3 voor elk vervoer van vloeibare dierlijke mest, in plaats van 1 augustus zoals dat vroeger het geval was. Die verplichting geldt niet als het gaat om een perceel grasland of om een blijvende teelt of wanneer de afnemer een geldige vrijstelling heeft.
Als een landbouwer vloeibare mest vervoert van de ene exploitatie naar de mestput van de andere exploitatie, moet er dan een burenregeling opgemaakt worden? Moet hij zijn AGR-GPS-app dan gebruiken?
Bij vervoer van mest naar een opslag van een andere exploitatie van eenzelfde bedrijf, moet een burenregeling opgemaakt worden. Als het gaat om vloeibare dierlijke mest, moet de AGR-GPS-app gebruikt worden.
Zijn er bij het vervoer met grensboerdocumenten, verzenddocumenten of overdrachten ook extra verplichtingen voor het gebruik van AGR-GPS?
De bijkomende verplichting om de AGR-GPS-app te gebruiken is alleen van toepassing op vervoer met burenregeling of bij vervoer van eigen mest naar eigen grond.
Vanaf 1 juli is het wel verplicht om een erkende mestvoerder in te schakelen voor het vervoer van vloeibare dierlijke mest naar percelen in gebiedstype 2 en 3. Die verplichting geldt niet als het gaat om een perceel grasland of om een blijvende teelt of als de afnemer een geldige vrijstelling heeft.
Ik stockeer mest tijdens het jaar in een eigen mestzak op de bedrijfszetel, 100 meter verder dan de mestput. Moet ik de AGR-GPS-app gebruiken? (aangepast 09/12/2025)
Een mestzak die zich bevindt op uw bedrijfszetel, behoort tot de opslag van uw eigen exploitatie. Als u eigen mest vanuit de mestput verplaatst naar die mestzak op uw exploitatie, is het gebruik van de AGR-GPS-app niet verplicht.
Als de mestzak op uw perceel ligt, moet het vervoer van eigen mest naar de mestzak wel met de AGR-GPS-app gebeuren tussen de periode 1 juli en 31 december.
Aanvoer van vloeibare dierlijke mest naar de mestzak met een burenregeling, moet altijd met de AGR-GPS-app gebeuren.
Welke regel geldt er voor aardappelen pootgoed met teeltcode 907 en 908? Worden die pootaardappelen aanzien als vroege aardappelen of als late? (nieuw 28/01/2025)
Voor pootgoed is er geen opdeling in vroege of late teelt. Het onderscheid tussen vroeg of laat, wordt bepaald op basis van de geplande oogst. Ligt de geplande oogst voor 1/09, dan zijn het vroege aardappelen, ligt de geplande oogst na 1/09, dan zijn het late aardappelen.
Het doel van deze regel is te vermijden dat er te vroeg wordt bemest, waardoor de nutriënten uitspoelen omdat die niet worden opgenomen door de plant.
Ik wil vloeibare dierlijke mest spreiden na 1 juli op de huiskavel (weiland). Moet ik daarvoor de AGR-GPS-app gebruiken? (nieuw 28/01/2025)
Dit valt onder de regeling van ‘eigen mest naar eigen grond’. Voor eigen mest naar eigen grond is jaarlijks vanaf 1 juli het gebruik van de AGR-GPS-app verplicht voor vloeibare dierlijke mest.
Moet ik een burenregeling aanmaken voor transport van eigen mest naar eigen grond na 1 juli? (aangepast 01/07/2025)
Het is verplicht om een AGR-GPS-app te gebruiken, jaarlijks vanaf 1 juli tijdens elk vervoer van vloeibare dierlijke mest. Om de AGR-GPS-app te kunnen gebruiken, geeft u als transportnummer uw exploitatienummer in. Bij vervoer tussen meerdere van uw exploitaties, kiest u het nummer van de exploitatie van de laadplaats.
Wat als de mest wordt overgepompt vanuit de mestput of een mestopslag op het bedrijf van de aanbieder, om te spreiden met navelstreng op percelen die rondom het bedrijf liggen? (nieuw 03/02/2025)
Dan moet de AGR-GPS-app als volgt worden gebruikt: voor de AGR-GPS-opvolging, moet een laadsignaal worden gegeven bij de start van het pompen en een lossignaal en definitief losbericht bij het einde van het pompen. De smartphone met app moet aanwezig zijn in het voertuig dat de mest uitspreidt.
Voor maïs en late aardappelen zonder voorteelt mag er pas bemest worden vanaf 16 maart. Ik heb nu gras (als groenbemester ingezaaid tijdens vorig najaar) staan op een perceel en wil er na het onderwerken van het gras later dit jaar als hoofdteelt aardappelen planten. Mag er dan op dit gras voor 16 maart bemest worden? Het gras zal pas ondergewerkt worden na 16 maart. (nieuw 12/02/2025)
Het is de bedoeling dat als er bemest wordt vóór 16 maart, er een nog groeiend gewas aanwezig is dat die nutriënten opneemt. Bijgevolg kan de bemesting vóór 16 maart gebeuren op de voorteelt (= het gras) en niet na onderwerken van de voorteelt. Dat in kader van een oordeelkundige bemesting op het juiste tijdstip.
Kan een loonwerker via de AGR-GPS-app verschillende klanten bedienen? (nieuw 12/02/2025)
Een landbouwer die de app wil gebruiken, moet hiervoor een AGR-nummer aanvragen. Dat AGR-nummer wordt mee geprogrammeerd in elk AGR-GPS-bericht en geeft aan wie dat bericht verzonden heeft. Daarom kan de landbouwer enkel zelf het transport uitvoeren met de AGR-GPS-app. Als hij een loonwerker wil inschakelen, moet die erkend zijn als mestvoerder en de transporten registreren met zijn AGR-GPS-systeem.
Nitraatresidu
Wat houdt de nieuwe meetmethode voor het nitraatresidu juist in? Waarom is zo'n gestratificeerde bemonstering zoveel beter dan de bemonstering in kruisverband?(nieuw 15/9/2026)
Tot en met 2025 werd het nitraatresidu gemeten via de klassieke methode in kruisverband. Die manier van stalen nemen was niet altijd voldoende representatief voor het volledige perceel doordat delen van het perceel (namelijk de hoeken tussen de benen van het kruis) niet mee bemonsterd werden.
De nieuwe meetmethode via
gestratificeerde bemonstering zorgt ervoor dat alle delen van het perceel bemonsterd worden. Daardoor wordt beter rekening gehouden met de variatie van het nitraatresidu op het perceel. Het staal is dus representatiever en de meetonzekerheid daalt.
Doordat er meer bemonsteringspunten nodig zijn, zal de staalname doorgaans meer tijd in beslag nemen. Dat zal een impact hebben op de kostprijs. Informeer daarom vooraf bij het labo naar de kostprijs van de staalnames.
Wie betaalt de staalname?(nieuw 15/9/2026)
De staalname gebeurt op kosten van de landbouwer.
Zijn er sinds MAP 7 meer nitraatresidubepalingen?(nieuw 15/9/2026)
Neen. Er moeten minder bedrijven dan vroeger het nitraatresidu laten bepalen.
Sinds MAP 7 zijn er geen automatische nitraatresiduverplichtingen meer door een nitraatresidu-overschrijding van het jaar voordien of omwille van een vrijstelling van de gebiedsgerichte maatregelen.
Er worden bovendien alleen nog bedrijfsevaluaties uitgevoerd en dat bij bedrijven die doelgericht geselecteerd worden op basis van een jaarlijks wisselende set criteria (denk aan teelt, gebiedstype, mestproductie,...).
Is het mogelijk om de criteria van de doelgerichte selectie van de nitraatresiducampagne te kennen?(nieuw 15/9/2026)
Neen, dat is niet mogelijk.
Als een bedrijf geselecteerd wordt voor de nitraatresiducampagne, is dat niet omdat het bedrijf 'slecht' bezig is. Wel heeft het bedrijf bepaalde kenmerken (denk aan teelt, gebiedstype, mestproductie,...) die dit jaar binnen de focus van de campagne vallen. De criteria en focus worden elke campagne herzien.
Kan ik teeltmislukking inroepen voor de nitraatresidumetingen?(nieuw 15/9/2026)
Ook als er op een geselecteerd perceel teeltschade of oogstmislukking is als gevolg van de weersomstandigheden, moet het nitraatresidu sowieso bepaald worden. Het heeft dus geen zin om vooraf teeltschade te melden of hiervoor documenten in te dienen.
Als er door een overschrijding maatregelen opgelegd worden, kan er bezwaar ingediend worden. Ernstige teeltschade kan een element zijn in de bezwaarbehandeling voor zover er een verband is met een verminderde stikstofopname waarop niet geanticipeerd kon worden of met een verminderde stikstofopname die niet geremedieerd kon worden.
In dat geval zijn overtuigende bewijsstukken nodig. Bij voorkeur is dat het volledige verslag opgemaakt in het kader van de brede weersverzekering. Wie daar niet over beschikt, voegt een uitgebreid schadedossier toe aan het bezwaar. Dat schadedossier bevat minstens:
- een uitgebreide beschrijving van de aard en omvang van de schade
- een berekening en raming van het percentage geleden schade
- een gedetailleerd fotoverslag waaruit de aard en omvang van de schade duidelijk blijkt (met minstens 1 foto met geografisch herkenningspunt).
Wat gebeurt er als door de droogte niet tot 90 cm diep bemonsterd kan worden?(nieuw 15/9/2026)
Als er niet tot 90 cm diepte bemonsterd kan worden, wordt het nitraatresidu tot 90 cm diepte berekend uit de waarde van de wel bemonsterde lagen. Omdat de verdeling van het nitraatresidu over de verschillende dieptelagen niet lineair is, werd op basis van bijna 150.000 nitraatresidumetingen, verspreid over 7 jaar, bepaald hoe die berekening correct moet gebeuren. De exacte formules zijn terug te vinden in het
compendium (raadpleeg de
documenten in de kolom “Ontwerp MB2026” voor de versie die vanaf 1 oktober
geldt). De berekende waarde tot op 90 cm diepte zal ook op het analyserapport vermeld worden en die waarde wordt ook gebruikt bij de verdere evaluatie.
Waar moet ik op letten als ik aangeduid word voor een bedrijfsevaluatie?(nieuw 15/9/2026)
Lees alle informatie over de selectie grondig na zodat er geen misverstanden zijn. Als u geselecteerd bent om een bedrijfsevaluatie te laten uitvoeren, bent u daartoe verplicht en moet u alle voorzorgen nemen zodat de stalen kunnen genomen worden. Het niet naleven van die verplichting, heeft grote gevolgen. Lees dus zeker ook de toelichting bij de selectie na. Als een geselecteerd perceel niet op een normale of veilige manier of niet volledig kan bemonsterd worden, moet u dat voor 1 oktober melden aan de Mestbank via:
Ik wil bij de bemonstering aanwezig zijn. Wat moet ik doen?(gewijzigd 15/9/2026)
Als u bij de bemonstering aanwezig wilt zijn, moet u daarvoor zelf de nodige afspraken maken met het laboratorium bij wie u de stalen aanvraagt. Hun contactgegevens vindt u terug op de webpagina over de
nitraatresiducampagne 2026.
Wat moet ik doen als de staalnemer niet correct werkt?(gewijzigd 15/9/2026)
Als u denkt dat de bemonstering niet correct uitgevoerd werd of als u onregelmatigheden vaststelt tijdens de bemonstering, kunt u dat via mail melden via:
De Mestbank zal een onderzoek instellen naar de gemelde onregelmatigheden en brengt u op de hoogte van het resultaat.
Mijn teelt staat nog op het perceel dat bemonsterd moet worden. Geeft de bemonstering dan wel een correcte weergave van het nitraatresidu?(gewijzigd 15/9/2026)
In de periode dat het nitraatresidu bepaald wordt (oktober en november), is een eventuele opname van stikstof door een nog aanwezige teelt doorgaans zeer beperkt. Want door de lagere temperaturen en het gestadig afnemend aantal uren zonlicht, vertraagt de plantengroei en dus ook de stikstofopname sowieso in het najaar. Sommige teelten zoals mais nemen dan zelfs helemaal geen stikstof meer op, ook al staan ze nog op het veld. De hoeveelheid nitraat gemeten in oktober of november is dus een correcte maat voor het nitraatresidu. Hebt u toch een voorkeur voor een bepaald tijdstip? Maak hierover dan goede afspraken met uw labo.
Het feit dat er nog een teelt aanwezig is op een perceel vormt ook geen belemmering voor de staalname. Bij het bemonsteren van een perceel volgen de staalnemers de procedures vastgelegd in het BAM (compendium voor bemonsteringen en analyse dat de erkende laboratoria moeten toepassen). Ook voor de bemonstering van beteelde percelen zijn hierin de nodige richtlijnen opgenomen.
Hoe diep moet er bemonsterd worden in kader van nitraatresidu?(gewijzigd 15/9/2026)
Het bodemprofiel wordt bemonsterd in 3 lagen: de laag van 0 tot 30 cm, de laag van 30 tot 60 cm en de diepste laag van 60 tot 90 cm. De bovenste 2 lagen worden bemonsterd op basis van 40 steken, de diepste laag op basis van 20 steken.
De 40 punten waar de boorsteken moeten genomen worden zijn vastgelegd (zie ook
gestratificeerde bemonstering).
Kan ik meerdere parameters tegelijk laten analyseren om de kosten te drukken?(gewijzigd 15/9/2026)
Dat kan. Als u op een voor nitraatresidu geselecteerd perceel bijvoorbeeld ook de fosfaatklasse of het koolstofgehalte wilt laten bepalen, dan vinkt u dat gewoon aan op het moment dat u uw nitraatresidustaalname aanvraagt via SNapp2-bodem. Uiteraard moet de analysekost voor het bepalen van die parameters wel betaald worden maar u kunt op die manier wel de kost voor een extra afzonderlijke staalname uitsparen.
Hou er wel rekening mee dat al de parameters die u bij eenzelfde staalname aanvraagt, dan ook effectief op hetzelfde bodemstaal bepaald worden. Stel dat u voor een bepaald perceel zowel in het voorjaar een bemestingsadvies wilt (vóór u de basisbemesting toedient) en later op het jaar nog een bijkomend stikstof-bemestingsadvies wilt om te weten of u nog moet bijbemesten, dan moet u 2 afzonderlijke staalnames aanvragen voor dat perceel.
Geldt de boete voor het te hoge nitraatresidu (250 euro/ha) voor de percelen waarop het nitraatresidu is genomen of voor het volledige bedrijfsareaal?(gewijzigd 15/9/2026)
De boete geldt voor alle percelen waarvan het
nitraatresidutype de 2de drempelwaarde (al dan niet verhoogd door weersomstandigheden) overschrijdt. Dat wil zeggen: niet alleen de oppervlakte van het perceel waarop het te hoge nitraatresidu gemeten werd maar ook voor alle andere percelen die tot hetzelfde nitraatresidutype horen (ook als daar niet gemeten werd).
Hoever wordt teruggegaan in de tijd voor het criterium '2 maal binnen de 5 jaar een gemiddeld nitraatresidu tussen de 1ste en 2de drempelwaarde?(gewijzigd 15/9/2026)
Voor het criterium '2x binnen de 5 jaar een overschrijding tussen de 1ste en 2de drempelwaarde' wordt sinds MAP 7 alleen gekeken naar de metingen vanaf 2024; overschrijdingen in voorgaande jaren worden niet meegenomen in de beoordeling.
Kan ik de vrijstelling van de gebiedsgerichte maatregelen zelf intrekken?(gewijzigd 15/9/2026)
In het verleden was het zo dat landbouwers die een vrijstelling van de gebiedsgerichte maatregelen hadden, jaarlijks op minstens één perceel verplicht het nitraatresidu moesten laten bepalen. Landbouwers die die vrijstelling niet wilden, konden die uiterlijk op 15 februari intrekken waardoor ze dan ook niet meer de jaarlijkse nitraatresidubepaling moesten laten uitvoeren. De vrijstelling van de gebiedsgerichte maatregelen blijft behouden, maar dat heeft niet meer tot gevolg dat er elk jaar per definitie opnieuw een nitraatresidubepaling moet uitgevoerd worden. Het intrekken van de vrijstelling is dan ook niet meer voorzien in de wetgeving.
Hoe wordt een verkregen vrijstelling naar aanleiding van een gunstige bedrijfsevaluatie opgevolgd?(gewijzigd 15/9/2026)
Om een vrijstelling te krijgen, moet een landbouwer nog altijd een goede bedrijfsevaluatie hebben, ten opzichte van de strengste drempelwaarden (dit zijn de 1ste drempelwaarden van gebiedstype 2 of 3) en voldaan hebben aan de overige voorwaarden. Om de vrijstelling te kunnen behouden mogen er geen overtredingen vastgesteld worden, geen boetes of doorlichtingsmaatregelen opgelegd worden en de aangiftes (zowel Mestbankaangifte als de verzamelaanvraag) moeten jaarlijks tijdig ingediend worden. Die voorwaarden zijn onveranderd.
Wat wel verandert, is dat landbouwers met een vrijstelling niet meer elk jaar een perceelsevaluatie moeten laten uitvoeren. Die verplichting is sinds MAP 7 weggevallen. De Mestbank kan hen op een bepaald moment wel onderwerpen aan een nieuwe bedrijfsevaluatie als die uit de doelgerichte selectie komen. Die moet dan weer positief zijn om de vrijstelling te behouden.
In het verleden was het mogelijk om bij een bedrijfsevaluatie voor nitraatresidu een tegenstaal te nemen voor 1 perceel als er bij de bedrijfsevaluatie voor 1 perceel twijfels bestaan over de meting. Kan dat nog altijd?(gewijzigd 15/9/2026)
Dat kan nog altijd. Binnen de bedrijfsevaluatie mag een landbouwer een of meerdere van de aangeduide percelen meerdere keren laten bemonsteren. Als een perceel meerdere keren bemonsterd wordt, dan geldt het gemiddelde van alle bemonsteringen van het perceel als het uiteindelijke nitraatresidu van het perceel.
Worden bij een bedrijfsovername vrijstellingen of maatregelen mee overgenomen?(gewijzigd 15/9/2026)
Neen. Bij een bedrijfsovername gaan maatregelen naar aanleiding van een bedrijfsevaluatie niet mee over naar de overnemer. Hetzelfde geldt voor een vrijstelling. Bij een bedrijfsovername gaan de gevolgen van een eerdere bedrijfsevaluatie niet over naar de overnemer.